13 mei 1940: Koningin en ministers vertrekken naar Engeland vanuit Hoek van Holland

Op 13 mei 2015 is het 75 jaar geleden dat koningin Wilhelmina en haar kabinet naar Engeland uitweken.
Zij vertrokken vanuit Hoek van Holland.
Het verhaal is door Dick Ruis* al eens zeer uitgebreid op schrift gesteld. Met zijn toestemming (waarvoor dank!) plaats ik het hier in verkorte en aangepaste vorm.


De situatie in Nederland en in het bijzonder rond Den Haag was, na drie dagen van gevechten, op zondag 12 mei 1940 (1e Pinksterdag) zodanig bedreigend geworden dat het wenselijk was dat Koningin Wilhelmina en de ministers de stad moesten verlaten. Prinses Juliana, Prins Bernhard en hun kinderen Beatrix en Irene werden met een gepantserde auto van de Nederlandse Bank naar IJmuiden gebracht waar zij aan boord van de Britse torpedojager HMS Codrington zijn gegaan. Dit oorlogsschip zette koers naar de haven van Harwich in Engeland, waar het in de ochtend van maandag 13 mei afmeerde.

HET VERTREK VAN H.M. KONINGIN WILHELMINA NAAR ENGELAND.

De situatie te Hoek van Holland op 13 mei.
In de vroege ochtenduren van maandag 13 mei 1940 (2e Pinksterdag) omstreeks 02.00 uur liep de Britse torpedobootjager HMS Hereward de Nieuwe Waterweg binnen en meerde af aan de Harwichkade te Hoek van Holland.
Kort na het aanbreken van de dag waren er aanvallen van Duitse vliegtuigen tegen diverse doelen te Hoek van Holland. Doelwit waren de Harwichkade, de Berghaven en het dorp. Omstreeks 04.30 uur meerden twee Britse veerboten met 650 manschappen van het 2e bataljon Irish Guards, aangevuld met manschappen van het 2e bataljon Welsh Guards, af aan de Harwichkade. Deze veerboten werden beschermd door de torpedobootjagers, HMS Keith, Boreas, Wivern en Wolsey van de Royal Navy. Om 05.30 uur meerde ook de Britse torpedobootjager HMS Malcolm af aan de Harwichkade. De Britse troepen werden ontscheept samen met hun materieel waaronder brencarriers en motorfietsen. De opdracht van de Britse commandant, Lieutenant-Colonel J.C. Haydon OBE, luidde als volgt:

“Uw taak zal zijn uw bataljon in de richting van Den Haag te laten trekken en samen te werken met de lokale commandant bij zijn operaties om de regering te beveiligen en de situatie te Den Haag te herstellen. Bij het ondersteunen van deze operaties zult u iedere taak uitvoeren die u wordt opgedragen, zolang u deze in overeenstemming acht met een redelijke wijze van oorlogvoering. U zult echter niet onder zijn bevel komen en u zult niet aarzelen verzoeken om assistentie te weigeren, die naar uw mening nodeloos verlies aan levens onder uw mensen zullen betekenen. In het geval dat de Nederlandse regering Den Haag verlaat zult u trachten naar Hoek van Holland terug te trekken ten einde weer aan boord van de schepen van Zijne Majesteit te gaan. U dient het Ministerie van Oorlog op de hoogte te houden van uw situatie en bewegingen”.
De codenaam van hun operatie luidde: “Operatie Harpoon”.

Toen Colonel Haydon echter hoorde dat de situatie in Den Haag weer verbeterd was en dat Nederlandse troepen de vliegvelden weer hadden heroverd nam hij contact op met Engeland en kreeg toestemming om binnen de Positie Hoek van Holland te blijven. Hierop gaf hij zijn soldaten opdracht zich in te graven in het centrum van het dorp, onder andere in de Rietdijkstraat tegenover Hotel Amerika.

De situatie te Den Haag
In de nachtelijke uren van maandag de 13e mei 1940, bevond Koningin Wilhelmina zich in haar paleis aan het Noordeinde te Den Haag of in de schuilkelder in de tuin van het paleis. De ministers bevonden zich op dat moment in het gebouw van het Ministerie van Economische Zaken aan de Bezuidenhoutseweg 30 in die stad. Zij zaten in de schuilkelder onder het gebouw en bespraken de situatie waarin ons land zich bevond. De ministers hadden inmiddels het besluit genomen om H.M. de Koningin te adviseren de residentie te verlaten. Men wilde voorkomen dat Hare Majesteit door de Duitsers gevangen genomen zou worden.

Met betrekking tot de positie van het kabinet kon men niet tot een beslissing komen. Ook de opperbevelhebber van het leger, Generaal Winkelman, was bij dit beraad aanwezig. Hij had omstreeks 03.30 uur die nacht mondeling aan de Minister van Defensie Dijxhoorn gerapporteerd dat de situatie kritiek begon te worden.

Generaal Winkelman had de Koningin die nacht al persoonlijk in kennis gesteld van de zeer ongunstige toestand waarin ons land verkeerde. Hij zei toen echter nog niet dat het raadzaam was dat de Koningin het land zou verlaten. Hij had Haar slechts voorbereid en gezegd dat de toestand hoogst ernstig was.
Minister Dijxhoorn was van mening dat de Koningin en de ministers het land moesten verlaten om te voorkomen dat zij in handen van de vijand zouden vallen. De meerderheid van de aanwezigen meende echter dat er nog geen beslissing hoefde te worden genomen.
Omstreeks 06.00 uur kwam de Ministerraad bijeen. Generaal Winkelman en zijn chef staf waren hierbij aanwezig.

Generaal Winkelman zette kort de situatie uiteen;
– Duitse pantsertroepen voorzien van tanks rukten via Brabant en de Moerdijkbrug op
naar Rotterdam.
– De Maasbruggen te Rotterdam waren bezet door Duitse soldaten.
– In de Grebbelinie waren Nederlandse soldaten in zware gevechten gewikkeld met
Duitse soldaten.
– In het Westland en rondom Den Haag waren Duitse parachutisten en luchtlandingsoldaten geland.
– De Vesting Holland werd direct door de vijand bedreigd.

Minister Dijxhoorn wilde dat de ministers en de Koningin zo snel mogelijk Den Haag zouden verlaten. Ook wilde hij dat de gevechten met de Duitse soldaten zouden stoppen als de strijd doelloos en nutteloos zou zijn. Hij wilde geen onnodige verliezen aan levens.

Generaal Winkelman was fel tegen dit voorstel. De generaal wilde dat de regering op haar post zou blijven en dat leger en regering weerstand zouden bieden tot het uiterste. Hij was bang dat door het vertrek van de Koningin en de ministers het moreel van het leger en de bevolking in elkaar zou zakken.
Ondanks alle discussie kon het Kabinet maar tot één gezamenlijk standpunt komen, de Koningin moest Den Haag verlaten.
Minister Dijxhoorn kreeg opdracht om dit kabinetsadvies aan de Koningin over te brengen. Omdat zij weinig vertrouwen had in de regering legde zij dit advies naast zich neer. Hierop overlegden de ministers hoe zij met dit probleem moesten omgaan.

Het vertrek van Koningin Wilhelmina naar Hoek van Holland.
Omstreeks 07.00 uur liet generaal Winkelman, via haar adjudant overste Phaff, aan de Koningin weten “dat het wenselijk was dat Hare Majesteit wegging”. Aangezien de generaal een van de weinige personen was waarin zij vertrouwen had, nam zij dit advies wel aan. Om 07.15 uur kreeg jhr. Beelaerts van Blokland de boodschap van Hare Majesteit dat Generaal Winkelman het niet langer verantwoord vond dat de Koningin te Den Haag bleef.
Zij besloot hierop om naar Zeeuws-Vlaanderen te gaan, naar Breskens. Dit gebied was nog stevig in Nederlandse handen en hier waren ook Franse troepen aangekomen. Vanuit Zeeland kon zij leiding geven aan de strijd om Nederland.

Inmiddels had Generaal van Andel, de commandant van de Vesting Holland, opdracht gegeven om een militair escorte voor de Koningin te formeren, bestaande uit soldaten van het Korps Politietroepen. Hierop werden in een school aan de Doornstraat te Scheveningen, waar de 7e compagnie Politietroepen was gelegerd, de manschappen voor dit escorte geselecteerd.

De manschappen bespraken de situatie in de stad toen de sergeant binnenkwam. Hij riep: “Mannen, er worden vrijwilligers gevraagd voor een buitengewone, geheime opdracht. Wie meldt zich?” Hierop trad een aantal mannen naar voren, waaronder Maertens en Van Nispen tot Pannerden. De sergeant telde een aantal mannen af en gaf hen opdracht zich gevechtsklaar te maken. De sergeant voegde hieraan nog toe: “Buitengewone opdracht en vanaf nu absolute geheimhouding, ook tegen iedereen die je nog zou ontmoeten”. Enkele minuten later stapten de mannen in een autobus en waren elk bewapend met karabijn, pistool en drie handgranaten.

Vlak bij de plaats waar de politietroepers uit de autobus stapten stonden twee kleine vrachtauto’s met een lage ijzeren laadbak geparkeerd. Men kreeg opdracht om in de ijzeren laadbak van de eerste vrachtauto te klimmen, zes mannen en een sergeant. Verder nam men een mitrailleur mee in de laadbak.

Na enige tijd kwam H.M. de Koningin naar buiten. Zij was uiterst kalm en had een helm op haar hoofd. Zij stapte in haar auto, waarna omstreeks 10.00 uur de poorten van de Koninklijke Stallen open gingen en er een aantal personenau­to’s naar buiten kwam rijden. Het vrachtwagentje met de mitrailleur en politietroepers ging voorop rijden.  Toen men ging rijden kregen de soldaten opdracht om de bajonet op het geweer te zetten en om te schieten op iedereen die langs de weg met zijn handen in zijn zakken stond. Hierop vertrok de stoet en reed men Den Haag uit richting Westland. In het Westland zwierven groepjes Duitse soldaten rond die Den Haag probeerden te bereiken en regelmatig in gevecht kwamen met Nederlandse soldaten. Ook hield men rekening met verklede Duitse soldaten en landverraders.

In de voorste personenauto, zat naast de Koningin, jhr. de Jonge van Ellemeet en op de twee opklapbare zittingen zaten de heren Phaff en jhr. van Lawick Pabst. Zij zaten alle drie met een geladen pistool in de hand om direct te kunnen schieten en zo Hare Majesteit te kunnen verdedigen.

Het publiek, wat bij het paleis naar het vertrek van de Konin­gin stond te kijken, werd gedwongen om met de handen omhoog te gaan staan. De rit ging over rusti­ge wegen door het Westland. Als de stoet, tijdens de rit naar Hoek van Holland, moest stoppen dan werden de voor­bijgangers ook gedwongen om met hun handen omhoog te gaan staan. Soms werd er vanuit het escorte gescho­ten. De Koningin riep dan: “Niet op onschuldige mensen schie­ten”.

Vlak voor Hoek van Holland werd er, vanuit een van de auto’s in het escorte, geschoten. Een van de begeleiders zag een hele rij mensen wegduiken in de berm van de weg.

Aankomst van de Koningin te Hoek van Holland.

Na een uur rijden bereikte men Hoek van Holland. Het gezel­schap zag dat er op enkele plaatsen in het dorp brand was uitgebroken en dat Engelse militairen bezig waren met het maken van loopgraven.

Korporaal Maertens verklaarde dat hij bij binnenkomst te Hoek van Holland zag dat er op enkele plaatsen brand was uitgebroken. Ook zag hij Britse militairen die loopgraven aan het maken waren. Vlak bij de huizen aan de haven stopte de eerste vrachtauto, de vrachtauto met soldaat Maertens. Hierop reed de eerste personenauto met grote snelheid door. De soldaten, die niet wisten welke perso­nen zij zojuist hadden begeleid, zagen achter in die auto drie officieren zitten. Zij hadden de kraag van de overjas omhoog en helmen op. De rest van de stoet reed vervolgens snel achter de personenauto aan. Men reed een haventerrein met een station op. Inmiddels was er luchtalarm gegeven omdat er een Duits vliegtuig overvloog, waarop iedereen in dekking ging. Er ontstond een luchtgevecht waarbij drie Engelse jagers het Duitse vliegtuig verdreven. De Koningin stond met mej. T. van Rijn van Alkemade, bij een loods te wachten op het einde van het luchtalarm. Beide dames waren gekleed in een militaire overjas met de kraag omhoog en hadden een helm op.

Het naar Hoek van Holland overgebrachte luchtafweerge­schut nam ook deel aan het gevecht tegen het Duitse vliegtuig evenals het afweergeschut van de Britse oorlogsschepen.

Toen het luchtalarm over was en het sein veilig was gegeven gaf Luitenant van Vuuren de Koningin en haar hofdame een seintje, waarna Koningin Wilhelmina met haar hofdame naar de oorlogsschepen liep. Luitenant Van Vuuren riep nu: “Mannen van de Politietroepen, Hare Majesteit de Koningin gaat weg, Leve de Koningin”. Door de emoties van het moment kwamen er geen reacties.

Op de kade sprak de Koningin met Captain Halsey, oudste com­mandant der Britse torpedobootjagers en tevens commandant van HMS Malcolm. Zij liet hem weten dat ze naar Breskens wilde. Hierop stelde hij de torpedobootjager HMS Hereward tot haar beschikking, waarop het gezelschap aan boord ging van deze Britse torpe­do­boot­jager. Aan boord werd de Koningin voorgesteld aan de commandant, Luitenant ter Zee 1e klasse, C.W. Greenig.

Inmiddels kwamen er ook nog andere personen met auto’s aan op de Harwichkade, attachés en consuls met hun gezinnen evenals Nederlandse zakenlieden. Al deze personen scheepten zich in. Vervolgens reden de soldaten terug naar Den Haag.

 

Het vertrek van H.M. Koningin Wilhelmina uit Hoek van Holland.

De Positiecommandant te Hoek van Holland, Kapitein-luite­nant ter zee J. van Leeuwen kreeg telefo­nisch bericht dat Koningin Wilhelmina op de Harwichkade was aangeko­men. Hierop reed hij samen met zijn chef-staf, Kapi­tein-luite­nant ter Zee J.J. Logger naar de aanlegsteiger.

Hier hoorde hij dat Hare Majesteit al aan boord was van de Britse torpedobootjager HMS Hereward, waarna zij ook aan boord gin­gen. Aan boord gekomen werden zij aangesproken door de comman­dant van de Hereward, Luitenant ter Zee 1e klasse, C.W. Greenig, die opdracht had om de Koningin en haar gezelschap naar Zee­land te brengen. De Britse officier zei dat de Konin­gin naar Breskens wilde en hij vroeg Van Leeuwen welke koers hij moest varen. Ook vroeg hij of één van de zee-officie­ren mee kon varen in verband met het varen langs de kust en het bin­nenlo­pen van het zeegat te Vlissingen. De tocht zou zeer gevaarlijk zijn omdat deze door een mijnenveld ging. Van Leeuwen gaf hierop Logger op­dracht om mee te gaan als loodsofficier en hij vroeg de laatste mijnengegevens van de kust op bij het Hoofd van het Bureau Zeeverkeer te Den Haag. Logger belde vervolgens naar Den Haag en kreeg de te varen koers op van Schout bij nacht F.J. Heeris. Ook deelde deze mee dat er in de monding van de Schelde ter hoogte van Vlissingen twee loodsboten op hen zouden wachten.

Hierna gooide men de trossen los en kwam de Hereward los van de Harwichkade. Het oorlogsschip voer de Nieuwe Waterweg uit, de Noordzee op. De zee was rustig en het weer mooi. Men volgde een zuidelijke koers langs de kustlijn in de richting van de Westerschelde. De commandant wilde bij Vlissingen de Wester­schelde bin­nenlo­pen.

Kort na het vertrek werd Kapitein-luitenant ter zee Logger voorgesteld aan de Koningin. In de hut van de commandant sprak zij met hem over de te volgen koers en over de oorlog. Na dit gesprek ging Logger naar de brug van het schip.

Onder­weg hoorde men echter over de scheepsradio, dat Duitse vliegtui­gen erg actief waren boven Zeeland. In de hut van de comman­dant, waar het gezel­schap was ondergebracht volgde nu een discussie over de plaats van bestemming. Men wilde graag overleg plegen met de commandant Zeeland, Schout-bij-nacht van der Stad. Hiertoe nam men contact op met de Britse jagercom­mandant. Deze liet weten dat radiocontact niet mogelijk was omdat hij, in ver­band met de veiligheid van zijn schip, op­dracht had van zijn meerderen om op geen enkele wijze con­tact met de wal op te nemen. De Koningin overlegde nu met Beelaerts van Blok­land en Tets van Goudriaan, haar beide adjudanten, over een andere bestem­ming. Men kwam tot de con­clusie dat Breskens te gevaar­lijk was, dat terugvaren ook niet meer kon, zodat de enige moge­lijkheid nog zou zijn om naar Harwich in Engeland te varen.

Overste Logger, die inmiddels een half uur op de brug van de Hereward stond werd bij de Koningin ontboden. Zij vertelde hem dat zij met de anderen overlegd had of het niet beter was om naar Engeland te gaan. Zij vroeg Logger wat hij ervan dacht. Ze bespraken hierop dat Hare Majesteit in Breskens niet veel voor Nederland kon doen en dat de vijand Breskens zou bombarderen als zij hoorden dat de Koningin daarheen was gegaan. Zij zou dan weer naar een andere plaats moeten gaan. De Koningin antwoordde hierop: “Kan mij niet schelen en [wat mij betreft] kunnen wij van boerderij naar boerderij gaan”.

Logger zei hierop tegen haar dat Hare Majesteit dan ook niet veel voor het land kon doen. Zij kon dan beter naar Londen gaan omdat zij van daar uit wel het nodige kon doen. Hierop droeg de Koningin aan Logger op om aan de Britse commandant te vragen of hij naar Engeland kon varen en of dat veiliger was. Luitenant ter zee Greenig bevestigde dit en zei dat naar Engeland varen inderdaad veel veiliger was en dat de dichtst bijzijnde haven Harwich was. Logger rapporteerde dit vervolgens aan de Koningin, die daarna het be­sluit nam om naar Harwich te gaan.

Hierop liet de commandant de Hereward direct van koers veranderen en voer volle kracht naar Harwich. Overste Logger vroeg aan Luitenant ter zee Greenig of deze nog terug zou gaan naar Hoek van Holland. Toen deze daarop ontkennend antwoordde begreep Logger dat hij in Engeland zou moeten blijven.

HET VERTREK VAN DE MINISTERS NAAR ENGELAND.

Nadat Koningin Wilhelmina het besluit had genomen om Den Haag te verlaten en naar Hoek van Holland te reizen, werd om 09.05 uur het Kabinet telefonisch over dit besluit ingelicht. De situatie onder de ministers was zeer verward. Minister-president De Geer was niet tegen de situatie opgewassen. Hij was nerveus, kon geen orde houden en was besluiteloos. De ministers bespraken de ernstige situatie op een rommelige en wanordelijke wijze. Hoe lang moest de strijd nog doorgaan nu de Duitse tanks oprukten naar het hart van Nederland? Hoeveel mensen moesten er nog sneuvelen om de oorlog nog een dag te rekken, duizenden of tienduizenden? Hulp van de bondgenoten viel niet te ver­wachten.

Omstreeks 10.00 uur kwam Generaal Winkelman opnieuw aan de discussie deelnemen. Hij was in gezelschap van zijn Chef-staf Generaal, baron van Voorst tot Voorst.

 Omstreeks 11.00  besloten zij uur dat het grootste deel van het kabinet Den Haag zou verlaten. Men zou proberen om Hoek van Holland te bereiken om vandaar met een Brits oorlogsschip naar Zeeuws-Vlaan­deren te gaan.

De Ministers Steenberghe (Economische zaken) en van Rhijn (Landbouw en Visserij) besloten om in Den Haag te blijven. Zij wilden het Nederlandse volk op dat moment nog niet verlaten. Ook waren zij van mening dat men niet kon vertrekken zonder het regeringsgezag behoorlijk over te dra­gen.

Het vertrek van de ministers naar Hoek van Holland.

Omstreeks 11.45 uur stopten twee pantserwagens, vier militaire motoren met zijspan en acht taxi’s voor het ministerie aan het Bezuidenhout.

Kapitein Kruls, een adjudant van minister Dijxhoorn, had voor taxi’s moeten zorgen maar de ministers gingen toch liever met eigen auto’s. Twee taxi’s werden nu gebruikt om de bagage te vervoeren. Vervolgens werd de stoet samengesteld. Voorop ging een pantserwagen die met takken was gecamoufleerd. Dan twee eveneens gecamoufleerde motoren met zijspan, hierachter een aantal niet gecamoufleerde personenauto’s en twee taxi’s en achter in de stoet weer twee gecamoufleerde motoren met zijspan en een pantserwagen. De motoren met zijspan werden geleverd door een eskadron Huzarenmotorrijders.

Omstreeks 12.30 uur vertrokken de ministers vanuit het pand aan het Bezuidenhout 30 te Den Haag richting Hoek van Holland. De colonne reed van het Bezuidenhout over het Plein, door het Binnenhof, over het Buitenhof over het Westeinde via de Loosduinseweg richting Loosduinen. Op het Buitenhof zaten de terrassen vol mensen die van het lentezonnetje genoten. De tankhindernis net voorbij Loosduinen was opengehouden en leverde geen problemen op. De tocht door het Westland duurde een uur. Onderweg passeerde men het wrak van een neergeschoten Nederlands vliegtuig.

Toen men door Hoek van Holland reed zag men in de omge­ving van het station dat Engelse soldaten bezig waren om loopgraven aan te leggen en een verdedigingsstelling in te richten. Om 13.30 uur arriveerde men op de Harwichkade bij de aanlegsteiger van de veerboot naar Engeland. Hier lagen de Britse torpedobootjagers, waaronder HMS Windsor afgemeerd. Luitenant ter zee 1e klasse Post Uiterweer (eveneens een adjudant van minister Dijxhoorn) verliet de auto om met te overleggen met de oudste commandant der Britse torpedojagers over de inscheping van de ministers. De ministers wilden direct aan boord van de Windsor gaan, maar de Britse commandant liet weten dat zij nog niet aan boord konden gaan. Hij moest eerst orders uit Engeland ontvangen.

De ministers zochten nu een tijdelijke verblijfplaats, waarop de Positiecomman­dant Hoek van Holland, Kapitein-luitenant ter zee J.van Leeuwen hen onderdak aanbood in het fort te Hoek van Holland.

De ministers in het fort te Hoek van Holland.

De soldaten in het fort zagen een aantal burgers en militairen binnenkomen. Zij dachten dat het hier om politieke gevangenen, zoals NSB-ers, ging die in het fort werden opgesloten. Al gauw werd duide­lijk dat het geen politieke gevangenen betrof maar dat het de ministers waren die het fort binnen gingen. In het fort geko­men werden de ministers door de fortcommandant in de, sober ingerichte en van cocos­lopers voorziene, officierswerkkamer ondergebracht.

In de officierswerkkamer belegden de ministers een Ministerraad. Tijdens dit beraad discussieerde men over de vraag waar men naartoe zou gaan, naar Zeeland of naar Engeland. De ministers kwamen tot de conclusie dat men de Regering naar Engeland zou verplaatsen, dat het niet juist was dat er twee ministers in Den Haag waren achter gebleven en dat een aantal belangrijke zaken niet waren gere­geld. Van Boeyen (Binnenlandse zaken) en Gerbrandy (Justitie) waren tot de slotsom gekomen dat de staatkundige betekenis van hun vertrek geen waarde had als niet alle ministers vertrokken. Zij besloten toen dat, als alle ministers niet naar Engeland zouden gaan, zij dit ook niet zouden doen. Het zat Dijxhoorn dwars dat Generaal Win­kelman geen duidelijke aanwijzingen had gekregen wat zijn bevoegdheden waren en hoe hij moest handelen na het vertrek van de regering.

Dijxhoorn stelde hierop voor:

  1. Generaal Winkelman een instructie te geven die hem vastigheid bood
  2. De ministers Steenberg­he en van Rhijn nogmaals op te roepen om zich bij de andere ministers te voegen.
  3. Een communiqué uit te geven met de mededeling dat de regering zich naar elders zou verplaatsen.

Nadat beide voorstellen waren aangenomen, formuleerde Dijx­hoorn de opdracht voor Generaal Winkelman. Deze luidde:

“De generaal diende de strijd voort te zetten, maar overgave aan te bieden zodra verdere weerstand doelloos en nutteloos was”.

Hierna stelde de Minister-president zich telefonisch in ver­binding met de opperbevelhebber. Hij bracht de regeringsin­structie onder diens aandacht en de opdracht die hem die morgen was gegeven met betrekking tot zijn militaire taak: “de strijd zo lang mogelijk voortzetten, maar geen nodeloze offers brengen“. Er was namelijk een instructie voor de opperbevelhebber betref­fende de lands­verdediging, ondertekend door de Koningin en het Kabinet. De Geer zei: “Generaal, u blijft gebonden aan uw instructie, de verdediging van – laat ik nu maar zeggen – Holland en Zeeland, tot het uiterste”.

Tijdens de vergadering hoorden de ministers het gedreun van het zware kanonnen op het fort, waarmee de mannen van de Kustartillerie op de Duitse luchtlandingsoldaten en parachutisten in het Staelduinsebos schoten. De zware terugslag van de kanonnen was goed merkbaar in de kamer waarin zij vergaderden.

Ministersdiorama in het Fort aan den Hoek van Holland. Links komt zojuist minister Steenberghe binnen. Staande aan tafel minister van defensie Dijxhoorn. Op de rug minister Gerbrandy. Minster-president de Geer zit met gevouwen handen aan tafel. Daarachter minister Bolkensteijn, opa van Frits, die meer dan 40 later het museum in het fort zou openen. Helaas is dit diorama niet meer te zien…..(c) Dick Ruis

 Samenvattend betekent het dat de Ministerraad in de officierswerkkamer van het Fort aan den Hoek van Holland twee besluiten heeft genomen die van zeer groot belang bleken te zijn voor de staatsrechtelijke positie van Nederland tijdens het verdere verloop van de oorlog. Deze besluiten waren: Generaal Winkelman instructies te geven en de Regering naar elders te verplaatsen. Dit laatste besluit betekende dat de capitulatie voor het Duitse leger een capitulatie was van het Nederlandse leger en niet van de Nederlandse Regering. Hierdoor kon de Regering buiten Nederland de strijd tegen de Duitse bezetter voortzetten.

Steenberghe en Van Rhijn komen naar Hoek van Holland.

Omstreeks 14.30 uur belde Minister-president De Geer vanuit het fort naar het Bezuidenhout 30 te Den Haag en kreeg Steenberghe aan de tele­foon. Minister Van Rhijn luisterde op een ander toestel mee. De Geer zei dat men van plan was om naar Engeland te vertrekken en dat men dit wilde doen met elkaar, als kabinet, als regering. Verder zei hij dat men het zeer op prijs zou stellen als Steenberghe en van Rhijn mee zouden gaan naar Engeland. Hierop besloten beide ministers naar Hoek van Holland te gaan en zich bij de rest te voegen.

Tijdens de beraadslagingen in het fort kreeg Sergeant-majoor Boone opdracht om de ministers van sigaren en een aantal boterhammen met beleg te voorzien. Hierop bracht hij sigaren en chocolade naar de ministers. De boterhammen met beleg werden door de kok verzorgd.

De overdracht van het regeringsgezag aan Generaal Winkelman werd in het fort “achteraf goedgekeurd” door de ministers. Zij stelden verder het volgende regerings-communiqué op:

In het stadium waarin de strijd thans is getreden, heeft de Regeering het noodzakelijk geacht in het belang van het land en zijn overzeesche gebiedsdelen en ter bewaring onder alle omstandigheden van haar volledige vrijheid van hande­len, den zetel van het bewind te verplaatsen. Hare Majesteit de Koningin en Haar Ministers hebben zich daarom naar elders begeven”.                                

Tijdens een eetpuaze pauze kwamen de Ministers Steenberghe en van Rhijn in het fort aan waar zij verslag deden aan de overige ministers van het overdragen van het Regeringsgezag aan Generaal Winkelman. Er waren nu negen ministers in het fort aanwezig en twee in Londen. Formeel werd nu door het hele Kabinet besloten om het land te verlaten en naar Engeland te gaan.

 Vertrek van de ministers naar Engeland.

Omstreeks 16.00 uur verlieten de negen ministers en hun escorte het fort. Zij reden naar de Harwichkade. Hier namen Minister Dijxhoorn en zijn beide adjudanten afscheid van hun chauffeur. Het gezelschap ging nu aan boord van de Britse torpedobootjager HMS. Windsor. De ministers moesten hun vrouwen en kinderen achterlaten in Nederland terwijl van een aantal ministers, onder andere Dijxhoorn en Van den Tempel, zonen als soldaat in het leger deelnamen aan de strijd tegen de Duitsers.

Behalve de ministers, Kapitein Kruls, Luitenant ter zee 1e klasse Post Uiterweer en Jhr. Van Vredenburg scheepten zich nog diverse andere perso­nen in, o.a. de legaties van België en Noorwegen en directieleden van Shell en Philips.

Om 19.20 uur maakte de Windsor zich los van de kade en voer langzaam richting zee. De chauffeur van Minister Dijxhoorn, de korporaal der Politietroepen Den Ouden, stond stram in de houding op de kade.  Minister Van den Tempel en zijn collega ministers stonden aan dek en zagen tijdens het wegvaren in de verte langs de Nieuwe Waterweg de vuurgloed van diverse branden. Hierna verdween de Nederlandse kust in de schemer van de invallende avond.

Op de Noordzee gekomen zette het oorlogsschip koers naar Engeland. Toen men net op zee was viel een Duits vliegtuig de torpedobootjager aan. De bommen vielen op afstand van het schip in zee. De Windsor werd niet getroffen.


*De Hoekenees Dick Ruis is amateurhistoricus en heeft veel onderzoek gedaan naar en geschreven over o.a. de Tweede Wereldoorlog in de Hoek. Hij is ook al 30 jaar lang verbonden aan de Stichting Fort aan den Hoek van Holland, o.a. als bestuurslid en ‘forthistoricus’.

Bronnen gedeelte vertrek Koningin:

Archief Nederlands Kustverdedigingsmuseum:

A. Hulleman, toenmalig chauffeur van Prinses Juliana en Prins Bernhard. Handgeschreven verslag mbt zijn bevindingen van 10 t/m 15 mei 1940.

Krantenartikelen uit landelijke dagbladen 10-11-14-15 en 16 mei 1940.

J. van Leeuwen, Kapitein-luitenant ter Zee, toenmalig commandant Positie Hoek van Holland. Rapport Krijgsverrichtingen Hoek van Holland.

J.J. Logger, Kapitein-luitenant ter Zee Marinereserve, toenmalig plv. commandant Positie Hoek van Holland. Korte aantekeningen tocht Koningin naar Harwich.

J.P. Maertens, Korporaal, toenmalig lid van de 7e Compagnie Politietroepen. Verslag begeleiding Koningin naar Hoek van Holland.

Jhr. O.M.R.J.I. van Nispen tot Pannerden, Korporaal, toenmalig lid van de 7Compagnie Politietroepen. Verslag begeleiding Koningin naar Hoek van Holland.

Literatuur:

Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940 – 1945. Deel 2a en b en deel 2c. Verslag, bijlagen en verhoren mbt neutraliteitspolitiek, vertrek van de regering en de eerste maanden in Londen. Staatsdrukkerij 1949.

Prof. Dr. C. Fasseur. Wilhelmina, krijgshaftig in een vormloze jas. Amsterdam 2001.

Dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 3. ’s-Gravenhage 1970.

Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf. Beknopt overzicht van de Krijgs-verrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940,  ‘s-Gravenhage 1947.

F.J. Molenaar, Kolonel b.d. der Koninklijke Lucht­macht.De luchtverdediging mei 1940. Band II. Staatsuitgeverij – ‘s-Gravenhage 1970.

V.E. Nierstrasz, Generaal-majoor tit. bd. Bewerking van West- en Noordfront Vesting Holland mei 1940. ’s-Gravenhage 1961

H. Onderwater, D. Ruis, P. v.Noort en R. Blok. Oorlog rond Hoek van Holland, 10-20 mei 1940. Uitgave Stichting Fort a/d Hoek van Holland. Mei 2000.

 

Bronnen gedeelte vertrek Ministers:

Archief Nederlands Kustverdedigingmuseum:

C. Boone, Sergeant-majoor administratie te Hoek van Holland. Verslag over het Fort Maasmond tijdens de oorlog in mei 1940.Prof. mr. P.S. Gerbrandy, toenmalig Minister van Justitie. Interview in Haarlems Dagblad d.d. 13-12-1945 over het vertrek van Regering en aftreden van De Geer.

Krantenartikelen uit landelijke dagbladen 10-11-14-15 en 16 mei 1940.

Mr. H.J. Kruls, Generaal, toenmalig adjudant van Minister Dijxhoorn. Interview in (onbekende) krant 1960.

P.C. van Loon, Res. Kapitein der Kustartillerie, toenmalig commandant Fort aan den Hoek van Holland. Gevechtsbericht van den 13e mei 1940. Det. Kustartillerie Hoek van Holland, Staf en Koepels.

Mr. dr. A.A. van Rhijn, toenmalig Minister van Landbouw en Visserij. Interview in Supplement 16-05-1970 over vertrek Regering en aftreden van De Geer.

Drs. C.H. van Rhijn. Verslag over vertrek van zijn vader Minister mr.dr. A.A. van Rhijn naar Engeland. Maart 2003.

Literatuur:

D. v.d.Burg, Alarm, Hoek van Holland in de jaren 30 tot 15 mei 1940. Hoek van Holland 1980.

Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940 – 1945. Deel 2a en b en deel 2c. Verslag, bijlagen en verhoren mbt neutraliteitspolitiek, vertrek van de regering en de eerste maanden in Londen. Staatsdrukkerij 1949.

Prof. mr.  P.S.Gerbrandy, toenmalig Minister van Justitie. Eenige Hoofdpunten van het Regeeringsbeleid in Londen. ’s-Gravenhage 1946.

Dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 3. ’s-Gravenhage 1970.

Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf. Beknopt overzicht van de Krijgs-verrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940,  ‘s-Gravenhage 1947.

Mr. H.J. Kruls, Generaal in Nederland, memoires H.J. Kruls. Bussum 1975.

H. Onderwater, D. Ruis, P. v.Noort en R. Blok. Oorlog rond Hoek van Holland, 10-20 mei 1940. Uitgave Stichting Fort a/d Hoek van Holland. Mei 2000.