De moord op de familie W.

Om privacyredenen worden de voornamen en achternaam van de familie niet genoemd. 

In november van 1942 wordt aan de Haakweg een brute moord gepleegd op 3 gezinsleden van de familie W. Vader, moeder en de oudste dochter worden door een Oostenrijkse soldaat in Duitse dienst doodgeschoten.

Er zijn diverse varianten van het verhaal.

Volgens Piet Heijstek in zijn boek ‘Temidden van Bunkers en Mijnenvelden’ was de soldaat gedeserteerd en hield hij zich in de schuur van de familie verborgen. ‘Toen hij zich betrapt voelde, schoot hij W. neer. Zijn oudste dochter en vrouw ondergingen hetzelfde lot.’ De jongste twee dochters hielde zich verscholen. Hij schrijft dat 2 jongens die in de buurt waren een signalement aan de politie konden geven.
De soldaat vluchtte namelijk, maar werd later in den Haag opgepakt terwijl hij op de tram stond te wachten.**

Volgens Jo Overkleeft-Vreugdenhil, die bevriend was met de oudste dochter, H., en de volgende dag van het gebeurde hoorde, kwam de soldaat  wel eens bij de familie aan huis voor eieren. Nu kwam hij met een kolenkit om kolen te halen. De vader was in de schuur de koeien aan het melken en ze maakten een praatje. Wat er toen precies gebeurd is weet ze niet, maar de soldaat schoot eerst T., de vader, dood, en daarna dochter H. Vervolgens schoot hij de moeder in de deuropening van het huis neer en is toen gevlucht. De twee andere dochters hielden zich onder de bank verscholen, maar de jongste dochter had de man gezien en kon een signalement aan de politie geven.*

Nel Stam-Kaashoek is de dochter van politieagent Kaashoek. Hij was bijna de gehele oorlog in de Hoek aan het werk. Nel zat naast H. in de klas en vertelde het volgende:

De soldaat, 19 jaar oud, kwam wel eens aan huis bij de familie. Hij wilde deserteren en had geld nodig. Hij dacht dat de familie wel wat geld had en was daar op deze donkere, regenachtige avond naar op zoek gegaan. In de schuur kwam hij W. tegen die aan het melken was en schoot hem neer. H. en haar moeder hoorden de schoten en H. werd er door haar moeder op uitgestuurd om te gaan kijken. Ook zij werd doodgeschoten. Moeder W. stond in de deuropening van het huis. Door het schijnsel van het licht achter haar zag de soldaat haar staan en schoot ook haar dood.

De jongen had zich verwond en was nog het huis in gegaan om zijn hand onder de kraan te houden.

De agenten Kaashoek en Hoekstra hoorden de schoten en gingen polshoogte nemen. Het was donker en met de knijpkat schenen ze bij. Daar zagen ze mevrouw W. liggen. Eenmaal binnen zagen de twee jongste kinderen, die nog onder de divan lagen, agent Kaashoek. Ze zeiden tegen hem: ‘Hans heeft papa doogeschoten en mama komt ook niet terug’.

Zij gaven de agenten het signalement en enige tijd later is de soldaat in Den Haag opgepakt. Hij werd herkend door de beschrijving van de dochters en omdat zijn hand in het verband zat.

De familie werd in grote zwarte koetsen naar de begraafplaats in ‘s-Gravenzande gebracht. Nel Stam-Kaashoek spijbelde van school om er naar te gaan kijken. Haar vader vertelde nooit zo veel over zijn werk, maar dit vertelde hij wel. ‘ Hij moest het schijnbaar toch kwijt. Hij is er nog weken door van slag van geweest’.*

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

In de Dag-en Nachtrapporten van de politie*** valt te lezen dat op 12 november om 19.00 uur,  Arie Boon aan Majoor Kaashoek, agent Hoekstra en luchtbeschermer Mostert¹ meldt dat hij zich op de Hooge Wei bevond en daar enige malen “moord” had horen roepen en respectievelijk 3 en 2 schoten had gehoord, zeer waarschijnlijk uit een revolver, ter hoogte van het huis van W. Kaashoek en Hoekstra haasten zich daar naartoe.

Ze zien dat er een raam openstaat en het licht naar buiten valt, terwijl de verduisteringsmaatregelen gelden. In de kamer zien ze een Duitse soldaat, en op de vraag wat hij daar doet, antwoordt hij: ‘ik kom hier iedere dag’. Ze vragen hem waar de inwonenden zijn en hij vertelt ze dat die boven zijn. De agenten gaan naar de voordeur om op een normale manier het huis te kunnen betreden en zo naar boven te gaan. Er wordt echter niet opengedaan na herhaald op de bel gedrukt te hebben.

Ze begeven zich weer naar de kamer waar ze de soldaat hadden gezien, hij was ondertussen naar buiten geklommen. Daar zei hij tegen de agenten dat de bewoners niet thuis waren en dat hij dus gelogen had. Terwijl de agenten met hem staan te praten merken ze op dat zijn linkerhand bebloed is en hij een flinke vleeswond heeft tussen duim en wijsvinger, alsook verwondingen aan de toppen van zijn wijs- en middelvinger.

Ze delen de soldaat mee dat hij naar mee naar binnen moet om ze te vertellen waar de familie zich bevind. Hoekstra klimt door het open raam naar binnen en Kaashoek wacht tot de soldaat ook naar binnen klimt, voordat hij zelf gaat. Maar de soldaat loopt langs Kaashoek en verdwijnt om de hoek van het huis in de duisternis. Er wordt hem gesommeerd te blijven staan maar daar geeft hij geen gehoor aan.

De agenten onderzoeken het huis en merken op 2 kamers op de bovenverdieping bloedruppels op de vloer op, evenals openstaande kasten die doorzocht waren. Weer aangekomen in de eerste kamer zien ze de twee jongste dochters (2 en 9 jaar oud) onder een deken op de divan liggen. De oudste dochter verklaart dat ‘moeke’ is doodgeschoten door de Duitse soldaat Hans en dat ze in het portaaltje ligt.

Bij onderzoek blijkt ze al dood te zijn. Even later blijkt dat het ontzielde lichaam van de oudste dochter in de 100 meter verderop gelegen koeienstal ligt, evenals de vader, die op zijn rug ligt en nog enige tekenen van leven vertoont. De huisarts dr. Knip verklaarde later dat hem geen hulp meer verleend kon worden.

De inspecteur van politie Hartman en de Feldgendarmerie worden onmiddelijk gewaarschuwd. De omgeving van het huis wordt afgezet door militairen en de Feldgendarmerie neemt de lichamen in beslag. Ook houden zij zich bezig met verder onderzoek naar de soldaat. De omgeving wordt door politiehonden afgezocht, zonder resultaat.

De lichamen moeten op last van de Officier van Justitie naar het Gemeentelijk Ziekenhuis aan de Bergweg in Rotterdam worden gebracht, alwaar er sectie op wordt verricht. De vader en moeder zijn beide door 1 schotwond om het leven gekomen, de dochter door 7 schotwonden.

2 dagen later, op zaterdag 14 november, wordt de soldaat opgepakt in Den Haag. Zijn doel was roof. Hij verklaart eerst de vader, dan de dochter en daarna de moeder neergeschoten te hebben. Hij had een portefeuille met daarin 30 gulden meegenomen.

De soldaat is door een Duits militair tribunaal ter dood veroordeeld en terechtgesteld.

Vader W. is 43 jaar oud geworden.

Moeder W. is 40 jaar oud geworden.

Dochter W. is 15 jaar oud geworden.

————————————————————————————————————–

* Jo Overkleeft-Vreugdenhil, Nel Stam-Kaashoek en Piet Heijstek

** Temidden van Bunkers en Mijnenvelden, blz 19-20.

*** GAR, archiefnr 63 Gemeentepolitie Rotterdam, inventarisnr. 3812 Dag- en Nachtrapporten politie Hoek van Holland, 9 september 1942 nr. 252 t/m 2 februari 1943 nr. 33

¹ De gemeentepolitie wordt op 1 maart 1943 gelijkgeschakeld en wordt ‘staatspolitie’. Zo krijgt Adjudant Kaashoek de rang van Majoor. De luchtbescherming gaat ook bij de politie horen.

Advertenties