5 mei 1945: Hoek van Holland bevrijd…of niet?

Op 5 mei 1945 wordt Nederland bevrijd.
Dat geldt niet voor heel Nederland,  want op Texel bijvoorbeeld werd nog tot 20 mei behoorlijk doorgevochten¹.
Ook Hoek van Holland was, met zijn op dat moment nog maar zo’n 80 inwoners, nog niet vrij. Die inwoners moesten nog 5 dagen wachten op de vrijheid. Dat kwam omdat er in en rond de Hoek nog duizenden zwaar bewapende troepen zaten; de Geallieerden durfden hier niet zomaar binnen te lopen.

Het verhaal over de bevrijding van de Hoek is al eens onderzocht en beschreven door Dick Ruis*. Ik heb het hier met zijn toestemming  in verkorte en enigzins aangepaste vorm gereproduceerd. Zo heb ik enige citaten toegevoegd uit het verslag van Luitenant Quint², die tot taak had de Hoek te bevrijden, want wat hij soms schrijft vind ik te mooi om u te onthouden. Dit staat tussen haakjes.

DE BEVRIJDING VAN HOEK VAN HOLLAND.

De toestand in het dorp Hoek van Holland eind 1944.

In de vesting woonden nog maar een handjevol burgers. Tijdens de aanleg van de tank-grachten en de bouw van de vesting waren al veel bewoners van Hoek van Holland op last van de bezetter geëvacueerd. De meeste van hen kwamen terecht in Tuindorp Vreewijk in Rotterdam-Zuid. Op 20 september 1944 moesten de laatste inwoners van Hoek van Holland op last van de bezetter het dorp verlaten. Dit betrof ongeveer 100 gezinnen. Een deel van hen werd ondergebracht in leeg staande woningen te ’s-Gravenzande. De Duitsers tolereerden nu in Hoek van Holland alleen nog personen welke van belang waren voor een goede gang van zaken. Dit waren onder andere enkele politiemensen waaronder J.A. van Duin en S.A. Hoekstra, drie leden van de hulppolitie en zeven leden van de Luchtbeschermingsdienst. Zij hadden tot taak de leegstaande woningen te behoeden tegen plundering en brand. Deze achterblijvers hadden wel hun gezinnen buiten de vesting in veiligheid gebracht. Er was namelijk groot gevaar ontstaan vanwege de komst van een eenheid V2 raketten.

Het einde van de Duitse bezetting.

Doordat de Festung Hoek van Holland zo zwaar werd bewaakt en er nog maar weinig burgers woonden was het moeilijk om er grootschalig verzet te organiseren. Er waren enkele mensen die zich toch bezig hielden met verzet en inmiddels ook waren aangesloten bij de BS (Binnenlandse Strijdkrachten). Enkele van hen waren Phulp Oprel, de politiemensen J.A. van Duin, en S.A. Hoekstra, Wiebe Verwij en Piet van Dop. Naarmate de geallieerde troepen het Westland en de Noordzeekust naderden steeg in en rond de vesting de spanning. De bevolking was bang dat de vesting zich niet zonder slag of stoot zou overgeven aan de geallieerden maar dat men ondanks de capitulatie van het Duitse leger de vesting zou verdedigen. Toen op 4 mei 1945 de Duitse troepen in Nederland capituleerden hoorde Phulp Oprel dit nieuws ’s-avonds via zijn radio. Deze radio hield hij verborgen voor de Duitsers omdat het bezit illegaal was.

Binnen de vesting Hoek van Holland bleven de Duitse militairen echter op hun post. Zij hielden zich wel rustig maar wensten zich alleen over te geven aan militaire eenheden. Ook zij beseften dat de strijd verloren was, ondanks de opdracht welke de Festungkommandant van het Oberkommando had om de vesting tot het bittere einde te verdedigen. Op zondag 7 mei besloot J.A. van Duin, die als majoor van politie tevens leider was van het kleine Hoekse verzetsgroepje, polshoogte te nemen bij de Ortskommandant van Hoek van Holland, Korvetten-Kapitän Kamenz. Behalve Ortskommandant was hij ook Marine-Hafenkommandant en derhalve de hoogste Duitse militair in het dorp. Kamenz was Marine-reserveofficier en voormalig koopvaardij-kapitein der Nord Deutsche Lloyd.

Van Duin ging samen met A.N.M. De Bruyn, hoofd van de hulpsecretarie en als zodanig de hoogste burgerambtenaar te Hoek van Holland naar de Ortzkommandantur. Hier hadden zij een onderhoud met Kamenz over de teruggave van inbeslag genomen auto’s, boerenwagens en schrijfmachines. Dit onderhoud verliep in een goede sfeer en Kamenz beloofde de teruggave van genoemde goederen. Aan het eind van het gesprek zei Kamenz tegen de mannen: „Der Krieg ist am Ende.” Van Duin durfde toen voorzichtig te zeggen dat hij verwachtte dat de geallieerden spoedig het militaire bestuur zouden overnemen. Hierop vroeg de Duitser of er geen ondergrondse beweging in het dorp was. De Bruyn zei nu voorzichtig: „Naar ik heb gehoord bent u er op tegen”. Kamenz antwoordde: „Natürlich nicht, bei uns in der Heimat hatten wir auch eine im letzten Kriege und ich war der Hauptmann unserer Stadt.” Hierop vroeg De Bruyn: „Dus u zou geen represaillemaatregelen nemen of de leden van de ondergrondse strijdkrachten laten arresteren”. De Ortzkommandant keek even door het raam naar het verlaten dorp en antwoordde: „Nein, unter der Bedingung dasz es verständige Leute sind und sie ehrlich handlen“. De Bruyn zei nu tegen Kamenz: „Mag ik u dan voorstellen aan onze commandant Van Duin en in uw aanwezigheid hem zijn herkenningsteken ombinden. De Bruyn haalde vervolgens een B.S. armband uit zijn zak. „Gut, aber bitte ruhig” zei Kamenz. Van Duin was nu officieel B.S. commandant en beide mannen vertrokken uit de Ortzkommandantur.

De komende dagen hield men zich rustig omdat men met zoveel zwaar bewapende Duitse soldaten geen problemen wilde veroorzaken en men de komst van de bevrijders af wilde wachten.

Overgave van de vesting aan de Royal Navy.

Zo was de toestand in de “Festung Hoek van Holland” toen in de namiddag van 10 mei 1945 een flottielje Britse mijnenvegers voor de ingang van de Nieuwe Waterweg verscheen. Een motortorpedoboot verliet de flottielje en voer in de richting van de Harwich­steiger. De Duitsers hadden de schepen ook gezien; ongeveer 20 Duitsers waaronder een aantal officieren was al naar de steiger gegaan. De motortorpedoboot meerde echter niet af maar keerde en voer terug naar zee. Na ongeveer een uur kwam het scheepje weer terug en meerde nu wel af aan de kade. Hierna stapte als eerste Captain Hopper van de Royal Navy aan de wal. Hij werd gevolgd door enige officieren en een steno­graaf. Hij werd tegemoet getreden door een uiterst beleefde Korvetten-Kapitän Kamenz, die bereid was om alle gewenste inlichtingen aan de Britten te verstrekken. Onder de personen op de kade bevond zich ook de heer M.J.N. van der Hidde, een inwoner uit Hoek van Holland. Deze was bereid om als tolk op te treden tussen de Britse- en Duitse officieren.  Er volgde nu een gesprek van 10 minuten, waarin Captain Hopper een aantal orders aan de Duitse officier gaf. Tot slot zei Captain Hopper dat hij de Duitse officier later op zijn kantoor op zou zoeken, waarna hij Van der Hidde een hand gaf. Hierop salueerden men en Captain Hopper ging met zijn bemanningsleden weer aan boord van de motortorpedoboot. Dank zij het doortastende en tactische optreden van Captain Hopper was de hele vesting binnen 15 minuten aan de Britten overgegeven zonder dat er een schot was gelost.

 „Hoek van Holland was bevrijd”.

Schnellbootbemanningen geven zich over aan Engelse marine officieren   (c) Stichting Fort a/d Hoek van Holland

In de praktijk betekende dit echter dat er nog steeds ongeveer 6000 zwaar bewapende Duitse soldaten in Hoek van Holland rondlie­pen en dat zij alle mogelijke wapens van licht tot zwaar ter beschikking hadden.

Komst van de Britse militairen naar Hoek van Holland.

Inmiddels stond omstreeks 03.00 uur in de nacht van 10 mei 1945 te Bergen op Zoom de “Hook Party” gereed om naar Hoek van Holland te vertrekken. Deze groep bestond uit een aantal Engelse militairen van de Royal Marines en de Nederlandse marine officier, luitenant ter zee 1e klasse G. Quint.

(Quint schrijft: “Het besef daagde, dat deze intocht onder wel heel andere omstandigheden geschiedde,  dan die welke zoo nauwkeurig geregeld waren in de plannen, waarover in de afgelopen weken zooveel hoofdbrekens hadden bestaan en waarbij de partijleeden, met wat gemende gevoelens, zich -alnaarmate het plan A, B of C betrof- de rol toebedacht hadden gezien, Hoek van Holland te betreden hetzij vanuit zee (“advance party will land by LCT on the beach North of the Hook after preliminary sweep for moored mines”…etc.), danwel “van boven af” (“recce party to be landed by glider”) ofwel tenslotte “gewoon-over-land” (“the Germans decide to retire to the Hook and to hold out as long as possible in this stronghold”), in welk het laatste geval we ons reeds, duimendraaiend, gestrand zagen in Maassluis, Naaldwijk of een ander “broeikassenoord”, wachtend totdat de Army erin geslaagd zou zijn de in de Hoek zittende Duitschers op te ruimen (en daarmede waarschijnlijk tevens de restanten van Hoek van Holland zelf)” ).

Zij verplaatsten zich met een commando-jeep, een Bomb-disposal-jeep, een Port Mineswee­ping-jeep, een drietons-vrachtauto voor de bagage en een aantal drietons-vrachtauto’s voor de overige goederen, zoals bedden, kookgerei, brandstof en een drinkwater trailer. Het konvooi werd begeleid door een aantal ordonnansen op Norton motoren. De sterkte van de groep bedroeg 8 officieren en 30 manschap­pen. De rit ging naar Apeldoorn waar men om 09.00 uur aankwam voor een rendez-vous. Het konvooi werd versterkt met enkele legertrucks bemand met Royal Engineers. Zij hadden opdracht om de haven en kade te Hoek van Holland te inspecteren. Van Apeldoorn ging het richting Utrecht waar men de eerste Duitse troepen tegen kwam (“marcherend met koers Oost, waar zij hun “Heimat” dachten terug te vinden, en met veel plezier van den weg gereden”).

Verder ging het nu naar Den Haag. Onderweg kwam men juichende mensen, kreeg men bloemen en zag men spandoeken boven de weg met “WE WELCOME OUR LIBERATORS” en werd de passerende militairen bloemen aangeboden. Men kreeg het gevoel aan een soort zegetocht bezig te zijn. In Den Haag werd even gestopt, waarna men richting Hoek van Holland reed. Men wist nog niet of Hoek van Holland nu bevrijd was of niet.

Bij de Maasdijk vroeg men aan een voorbijganger (“een inboorling”) waar de Cana­dese commandant zich had gevestigd. Het antwoord luidde; “Jullie benne onze eerste Geallieerde”. Uit dit antwoord begrepen de soldaten dat de Hoek nog vol Duitsers zat en dat men contact op moest nemen met de Duitse Ortscommandant inplaats van met een geallieerde commandant. Voor men verder reed werden in allerijl de wapens tussen de bagage uitgevist (“het antwoord was niet geheel wat [wij] verwachtten en produceerde, na zoo getrouw mogelijke vertaling, eenigzins verbijsterde gezichten bij de -overigens Britsche- party, gevolgd door een, slechts matig getemperde, wilde rush voor de tusschen de barang [bagage] gestuwde wapens”).

Vervolgens reed het konvooi naar de Berghaven, naar het loodsgebouw waar het hoofdkwartier van de Hafenkommandant was gevestigd. In het loodsgebouw werden de Britten opgewacht door de Hafen c.q. Ortskommandant, Kamenz. Deze overhandigde aan de Britse officieren de sleutels van de wapenkamers en lijsten met namen van officieren en manschappen welke ontwapend moesten worden. Met het ontwapenen van de 6000 man Marine, Marine Flak en Marine Kustartillerie was men al begonnen. Ook had men lijsten van aanwezige schepen met bewapening,  opgave van de aanwezige brandstof en kaarten van de posities der mijnenvelden in en rond de vesting klaar liggen. Alles conform de kort tevoren gekregen opdrachten van Captain Hopper. (“deze Duitsche Gründlichkeit was ietwat “overpowering”, maar maakte de zaak wel gemakkelijker”**).  Kamenz kreeg opdracht om door te gaan met het runnen van de haven, loods­dienst en dergelijke en er voor te zorgen dat de ontwapening van de Duitse soldaten binnen 24 uur was voltooid.

De Britse soldaten begonnen hun werkzaamheden met betrekking tot het verkennen van het gebied, het geven van diverse op­drachten ten behoeve van ontwapening en bewaking van de Duit­sers. Hun bevelvoerend officier en zijn vervanger gingen op zoek naar een post van de 1e Canadian Division omdat dit onderdeel de controle over het gebied zou moeten hebben. Na de nodige omzwervingen kwamen zij in Loosduinen terecht bij het Divisie Hoofdkwartier van de Canadezen. In Naaldwijk bevond zich het Canadian Royal 22e Regiment (Frans). Toen de officieren terug kwamen in Hoek van Holland hadden de Britten intussen hun intrek genomen in het woonhuis van de “Hafenkommandant”.

Na deze lange dag ging men omstreeks 22.00 uur moe maar tevre­den aan de avondmaaltijd, bestaande uit de meegenomen nood­rantsoenen en besprak men de werkzaamheden voor de volgende dag, o.a. het onschadelijk maken van de sabotage maatregelen, het opruimen van mijnenvelden door Duitse soldaten en de bewaking van de krijgsgevangenen door Canadese militairen. Hierna werd er even gediscussieerd over de vraag of er tij­dens de nacht schildwachten voor het gebouw moesten gezet. Na de conclusie dat twee schildwachten het toch niet op konden nemen tegen 6000 bewapende Duitsers zag men hier maar van af en ging men slapen (“De party werd inderdaad den volgenden ochtend 0600 uur in zijn geheel, levend wakker”).

 “Hoek van Holland was nu echt bevrijd”.

  •  Captain Hopper werd voor zijn optreden in augustus 1945  ‘Mentioned in Dispatches for courage and determination while serving in HM Minesweepers in clearing a passage into Rotterdam, Yjmuiden and Den Helder thereby making possible the swift relief of Holland’. Mentioned in Dispatches betekent dat iemand in een rapport van een hogere officier aan het opperbevel genoemd wordt wegens verdienstelijk of moedig opgetreden in het aangezicht van de vijand
    https://www.thegazette.co.uk/London/issue/37251/supplement/4439

Bronnen:

Verslag van Ltz.I. Kon. Marine Res. G. Quint (Archief St. Fort a/d Hoek van Holland)
Artikel Rotterdams Jaarboekje 1952
Foto’s: archief St. Fort a/d Hoek van Holland. Verkregen van Commander A.S. Leggatt RNR. Officier bij de eenheid Engelse ondiepwater mijnenvegers tijdens de bevrijding van Hoek van Holland.


*De Hoekenees Dick Ruis is amateurhistoricus en heeft veel onderzoek gedaan naar en geschreven over o.a. de Tweede Wereldoorlog in de Hoek. Hij is ook al 30 jaar lang verbonden aan de Stichting Fort aan den Hoek van Holland, o.a. als bestuurslid en ‘forthistoricus’.

¹ Georgiërs in Duitse dienst kwamen in opstand tegen de Duitsers. Hierbij komen bijna 1000 mensen om, waaronder een aantal Texelnaars:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Opstand_van_de_Georgi%C3%ABrs

² Gerrit Quint was een Hoekenees; voor de oorlog was hij o.a. lid van de lokale burgerwacht en directeur van Hudig en Pieters, de voorloper van de Stena Line. In de mobilisatie en tijdens zijn verblijf in Engeland in de oorlog, was hij commandant van diverse onderzeeërs.
Van 10 mei 1945 tot 1 februari 1948 was hij commandant Maritieme Middelen Hoek van Holland. Later werd hij weer directeur van Hudig en Pieters.
http://www.dutchsubmarines.com/men/commanding_officers/2149_g_quint.htm

** Quint rept met geen woord over Captain Hopper. Waarom hij dit niet doet is ons niet bekend.