De Atlantikwall

De Atlantikwall

Na de capitulatie van het Nederlandse leger op 15 mei 1940 begon de Kriegsmarine meteen met het opstellen van kustbatterijen, Marine Küsten Batterien (M.K.B.).
De kust werd niet erg zwaar verdedigd, omdat Hitler nog geloofde dat hij Engeland kon bezetten. Duitsland verloor echter de (lucht) Slag om Engeland en omdat een invasie steun vanuit de lucht nodig heeft, werd Operatie Seelöwe (de codenaam van deze invasie) in september 1940 voor onbepaalde tijd afgeblazen. In 1941 richtte Hitler zijn blik op Rusland. Omdat Duitsland geen oorlog op 2 fronten wilde werd in het westen een verdedigingslinie opgetrokken. Deze heette in eerste instantie ‘Neue Westwall’, naar de Westwall, de voor-oorlogse verdedigingslinie van bunkers en obstakels aan de grens met Nederland en België. Vanaf het najaar van 1942 werd de naam veranderd in Atlantikwall.
Naast de marine kustbatterijen kwamen er ook batterijen van de landmacht, Heeres Küsten Batterien (H.K.B.) en FLAK batterien (FLAK = Flieger Abwehr Kanon, luchtdoelartillerie).

De opbouw van de Atlantikwall

De Atlantikwall bestond uit een serie los van elkaar staande, zelfstandige steunpunten die van elke zijde te verdedigen waren. Deze steunpunten gaven elkaar ondersteuning, en waren er in diverse groottes.

De kleinste was een Widerstandsnest (Wn). Dit bestond meestal uit een kleine bezetting van 10 of 20 man. Meestal was er een bunker voor pantserafweergeschut, met een manschappenbunker en een (gemetseld) keukengebouw, omheind met prikkeldraad en soms loopgraven.

Daarop volgde een Stützpunkt (Stp). Stützpunkten bestonden uit meerdere Widerstandsnester. Er was zwaarder geschut aanwezig, het Stp kon uit 200 man bestaan die in de diverse Wn’s gelegerd waren en was met meerdere prikkeldraadversperringen omgeven. Hierbuiten lagen mijnenvelden.

De volgende stap is een Stützpunktgruppe (Stp.Gr.) Hier waren hindernissen voor tanks, zoals een tankmuur in de duinen en een tankgracht aan de landzijde. Deze laatste werd verdedigd door infanterie, bewapend met vlammenwerpers, mitrailleurs en mortieren. Dit was vaak het geval bij riviermondingen en kleinere havens, zoals Scheveningen. De bezettingssterkte was rond de 3000 man.

Een Verteidigungsbereich (V.b.) was een uitgebreidere versie van een Stp.Gr. en had belangrijkere objecten te verdedigen. Het ging hier om havens en vaarwegen die het Duitse opperbevel als hoofddoelen zag voor een geallieerde invasie. Hoek van Holland was eerst een V.b.

In januari 1944 echter werd het V.b. Hoek van Holland opgeschaald tot Festung. Dit betekende niet dat er nog meer verdedigingswerken bijkwamen, maar het gaf het belang aan van het gebied voor de oorlogsvoering. Een Festung moest op order van Hitler verdedigd worden tot laatste kogel en de laatste man. Elke Festung had een kernwerk, een vesting in een vesting, van waaruit tot het laatst toe de toegang tot de haven verdedigd kon worden. In Hoek van Holland lag het kernwerk op eiland de Beer, omdat dit redelijk geïsoleerd lag (er is vandaag niets meer van terug te vinden door de aanleg van de Europoort). Dit kernwerk was het zwaarst verdedigde gebied van Nederland en misschien wel van de gehele Atlantikwall.
Er zaten zo’n 6000 soldaten in de Festung, waartoe ook ‘s-Gravenzande behoorde. Er kwam nog een tweede tankgracht om de Festung heen.
Nederland had 2 Festungen, de andere was IJmuiden. Langs de gehele Atlantikwall waren er 11.

Binnen deze grotere complexen bevonden zich kustbatterijen, luchtafweerbatterijen en radarinstallaties.

Elk Wn, elk Stp kreeg een nummer en de toevoeging H, M of HM voor Heer of Marine.


Bronnen

Hans Sakkers, Festung Hoek van Holland, een parel van de Atlantikwall aan de Nieuwe Waterweg 1942-1945

H. F. Ambachtsheer, Van Verdediging naar Bescherming, De Atlantikwall in Den Haag