De opbouw van de Atlantikwall: van widerstandnest tot Festung

De Atlantikwall bestond uit een serie los van elkaar staande, zelfstandige steunpunten die van elke zijde te verdedigen waren. Deze steunpunten gaven elkaar ondersteuning, en waren er in diverse groottes.

De kleinste was een Widerstandsnest (Wn). Dit bestond meestal uit een kleine bezetting van 10 of 20 man. Meestal was er een bunker voor pantserafweergeschut, met een manschappenbunker en een (gemetseld) keukengebouw, omheind met prikkeldraad en soms loopgraven.

Daarop volgde een Stützpunkt (Stp). Stützpunkten bestonden uit meerdere Widerstandsnester. Er was zwaarder geschut aanwezig, het Stp kon uit 200 man bestaan die in de diverse Wn’s gelegerd waren en was met meerdere prikkeldraadversperringen omgeven. Hierbuiten lagen mijnenvelden.

De volgende stap is een Stützpunktgruppe (Stp.Gr.) Hier waren hindernissen voor tanks, zoals een tankmuur in de duinen en een tankgracht aan de landzijde. Deze laatste werd verdedigd door infanterie, bewapend met vlammenwerpers, mitrailleurs en mortieren. Dit was vaak het geval bij riviermondingen en kleinere havens, zoals Scheveningen. De bezettingssterkte was rond de 3000 man.

Een Verteidigungsbereich (V.b.) was een uitgebreidere versie van een Stp.Gr. en had belangrijkere objecten te verdedigen. Het ging hier om havens en vaarwegen die het Duitse opperbevel als hoofddoelen zag voor een geallieerde invasie. Hoek van Holland was eerst een V.b.

In januari 1944 echter werd het V.b. Hoek van Holland opgeschaald tot Festung. Dit betekende niet dat er nog meer verdedigingswerken bijkwamen, maar het gaf het belang aan van het gebied voor de oorlogsvoering. Een Festung moest op order van Hitler verdedigd worden tot laatste kogel en de laatste man. Elke Festung had een kernwerk, een vesting in een vesting, van waaruit tot het laatst toe de toegang tot de haven verdedigd kon worden. In Hoek van Holland lag het kernwerk op eiland de Beer, omdat dit redelijk geïsoleerd lag (er is vandaag niets meer van terug te vinden door de aanleg van de Europoort). Dit kernwerk was het zwaarst verdedigde gebied van Nederland en misschien wel van de gehele Atlantikwall.
Er zaten zo’n 6000 soldaten in de Festung, waartoe ook ‘s-Gravenzande behoorde. Er kwam nog een tweede tankgracht om de Festung heen.
Nederland had 2 Festungen, de andere was IJmuiden. Langs de gehele Atlantikwall waren er 11.

Binnen deze grotere complexen bevonden zich kustbatterijen, luchtafweerbatterijen en radarinstallaties.

Elk Wn, elk Stp kreeg een nummer.  Een Wn wordt op kaarten aangegeven d.m.v. Arabische cijfers, een Stp d.m.v. Romeinse cijfers. Daarachter staat de toevoeging H, M of HM voor Heer (landmacht)  of Marine. De Marine Seezielbatterij Vineta in het Vinetaduin bijvoorbeeld was een Stutzpunkt en werd dus aangegeven als Stp. III M. In het weerstandsnest bij de seinpost zaten zowel manschappen van de landmacht als van de marine, en was  dus Wn. 18 HM.

De voortgang van de bouw werd aangegeven op een zogenoemde Baufortschrittskarte, een overzichtskaart van de (Marine) Festung Pioniere, de bunkerontwerpers. Elk Widerstandsnest of Stutzpunkt heeft daarop een Baupunktnummer. Elke bunker heeft een bouwnummer, een soort kadastraal nummer.
Zo heeft het Vinetaduin Baupunktnummer 14b, en heeft bunker Bremen, die in gebruik is bij het Nederlands Militair Kustverdedigingsmuseum, bouwnummer 1421. Dit nummer staat altijd bij de ingang.


Bronnen

Hans Sakkers, Festung Hoek van Holland, een parel van de Atlantikwall aan de Nieuwe Waterweg 1942-1945

H. F. Ambachtsheer, Van Verdediging naar Bescherming, De Atlantikwall in Den Haag

Advertenties