De Joodse familie van der Sluis

Hoek van Holland heeft in de 2e Wereldoorlog één Joodse familie* onder haar inwoners: de familie van der Sluis.

De familie bestaat uit vader Mozes (18-10-1894), Moeder Henderijntje (03-03-1894) zoon Israël Mozes (Ies) (15-03-1920), dochter Saartje (ook wel Sera genoemd) (16-09-1922), dochter Margeretha (Greta) (6-03-1926) en zoon Simon Izaak (30-01-1928).
Mozes van der Sluis en Henderijntje van der Sluis trouwen op 3 december 1919 in Rotterdam en wonen daar op diverse adressen.

Ze komen op 4 maart 1937 in de Hoek wonen, op het Scheepvaartplein 6b.
Mozes was koopman in groente. In Hoek van Holland werkt hij als fruitwerker bij The New Fruitwharf, de fruitloods aan de Harwichsteiger. Hij had de leiding over een aantal vrouwen die appels sorteerden. Hierdoor wordt hij ook wel ‘de appelenjood’ genoemd. Ook Israël Mozes werkt als fruitbewerker.
Simon Izaak gaat hier naar de openbare school, getuige het boek ‘Alarm’ van Dirk van den Burg. Van den Burg zat met hem in de klas.

Uit het boekje 'Alarm' van Dirk van de Burg

Uit het boekje ‘Alarm’ van Dirk van de Burg

Ze worden helaas gediscrimineerd met hun Joods-zijn. Op 18 januari 1940 klaagt Henderijntje bij agent Kaashoek dat hun benedenbuurman S. op het Scheepvaartplein voor overlast zorgt. Wanneer zij of één van de familieleden de radio aanzet, wordt er door de benedenbewoners met een hard voorwerp op het plafond gebonkt, of wordt het luisteren onmogelijk gemaakt, door het vermoedelijk door S. opzettelijk veroorzaken van ernstige storingen.
Er was enige tijd daarvoor ook een briefje in de bus gestopt, ook vermoedelijk door S., dat zij als Joden niet zoveel plezier moesten hebben.

Simon Izaak helpt bij melkboer Tinus Boon, en komt daardoor ook bij S. aan de deur. S. laat Boon weten: ‘Ik wil geen smousen aan de deur’.

Henderijntje verzoekt de politie of zij ten huize van S. (‘die volgens haar meening, overigens van feiten ontbloot, N.S.B.er [is]’) een onderzoek naar de oorzaak van de radiostoringen willen instellen.
De politie deelt haar mee dat zoiets niet tot hun taak behoort, maar dat zij zich met deze klachten tot de directeur van het P.T.T. kantoor in de Prins Hendrikstraat moet wenden.
Ze zullen wel onderzoek doen naar de briefjes, welke in de brievenbus werden gevonden. Op woensdag 24 januari gaat Kaashoek naar het huis van van der Sluis. Op de 21e is er een krant in de brievenbus gestopt met daarin een kalenderblaadje van een scheurkalender, betreffende de week van 14 t/m 20 januari. Er is met zwarte hoofdletters en rood onderstreept op geschreven: Wie het laatst lacht, lacht het best. Als de N.S.B komt, is er geen herrie meer. Hou zee!

Het blaadje uit de scheurkalender dat bij de familie van der Sluis in de brievenbus werd gestopt, en dat in het politierapport zat

Er valt in het politierapport te lezen:

‘er kan niet met zekerheid worden gezegd wie het bewuste epistel in de brievenbus heeft gedeponeerd bij klaagster, doch uit voorafgaande feiten en omstandigheden, mag worden geconcludeerd dat de benedenbuurman van klaagster, genaamd J. S. zulks heeft gedaan. Hij heeft immers al herhaalde malen doen voorkomen, dat hij overlast van het gezin van klaagster ondervindt. In het betreffende briefje doelt schrijver ongetwijfeld op het vertrek van de Joden bij komst (overheersching) van de extremisten de N.S.B.ers.’

Kaashoek neemt het briefje mee ten behoeve van het onderzoek. S. wordt naar het politiebureau geroepen en

‘gehoord in verband met gerezen vermoedens dat hij de auteur van het briefje zou zijn. Hij bekende dan ook dat hij het epistel had geschreven en bij de fam. van der Sluis op Zondag 21 dezer in de brievenbus te hebben gestopt. Hij erkende door den inhoud en strekking veel te ver te zijn gegaan en beaamde daardoor zijn eigen prestige omlaag te hebben gehaald. Hij beloofde dat hij zich van het schrijven van dergelijke briefjes in den vervolge zou onthouden.’ 1

Toch verhuist de familie hierom, want, zoals Annie Oosterman-van der Lugt, die bevriend was met Greta, zegt: ‘het was geen leven meer.’
Op 6 maart 1940 verhuizen ze naar de Midden Scheepvaartstraat 30b.
Annie krijgt dan goed contact met Greta. Ze zaten allebei op de huishoudschool in Naaldwijk en gingen samen op de fiets daar naartoe.
De moeder van Annie had ook contact met mevrouw van der Sluis. ‘Ze was een lieve vrouw. Ze vroeg eens aan mijn moeder: ‘zou dat hier nou net zo gaan als in Duitsland, dat de Joden allemaal opgepakt worden?’ En mijn moeder zei: ‘neee, dat gebeurt hier niet hoor’.’

Van links naar rechts Greta van der Sluis, Saartje van der Sluis, Annie van der Lugt. Let op Simon links achter Greta

Annie van der Lugt (rechts) met Greta (links) en Saartje. De foto is gemaakt door Israël. Let op Simon links achter Greta. (Copyright familie Oosterman)

Op 10 mei breekt de oorlog uit. In Hoek van Holland wordt hevig gevochten tussen vlakbij gelande Duitse parachutisten en het Nederlandse Leger. Tevens zijn Engelse schepen die aan de Harwichkade afgemeerd liggen een mikpunt voor Duitse vliegtuigen, en wordt er geschoten op de Engelsen die in Hotel Amerika hun hoofdkwartier hebben. Er komt ook zwaar luchtafweergeschut langs de Waterweg nabij de Oude Hoek. Hierdoor is het niet veilig meer voor de bewoners en op dinsdag 14 mei wordt besloten de inwoners van de Nieuwe Hoek te evacueren. (Dit is het huidige dorpscentrum. De inwoners van de Oude Hoek, het tegenwoordige Zuidelijk Strandcentrum, waren de vorige avond al geëvacueerd). Terwijl de evacuatie op gang komt, rond tien uur in de morgen, klinkt het luchtalarm. Duitse vliegtuigen vallen de Engelse schepen aan, ze schieten met mitrailleurs op burgers en laten ook bommen vallen in en rondom de Rietdijkstraat.
Hierbij komen verschillende mensen door rondvliegende granaatscherven en kogels om. Henderijntje van der Sluis is één van hen, haar dochter Saartje raakt zwaargewond. Zij liggen in het portiek van de winkel van Zwartveld, waar ze dekking hadden gezocht (de winkel naast het huidige café Prins Hendrik).

Dirk van den Burg schrijft hierover in zijn boek ‘Alarm’:

Bij de sigarenwinkel van W. Zwartveld voor de deur liggen gewonden. De joodse familie van der Sluijs (sic). Zouden de moffen geweten hebben, dat zij daar waren? Moeder en haar dochter Sera, liggen zwaargewond tussen het glas. Wit in wit, is het gelaat van Sera, een straaltje bloed tekent scherp af tegen die witte achtergrond. Vader Mozes zit tegen de gevel, E.H.B.O.-ers verlenen hulp.’ 2

Annie Oosterman vertelt hierover: ‘De moeder was op slag dood. Sera was gewond en miste een vinger. De vader en oudste zoon waren ook gewond. Simon en Greta mankeerden niks. Die zijn toen met de hele meute mee verder gelopen, want ik heb ze niet meer gezien. Toen het luchtalarm was afgelopen en wij daar langs liepen lag de moeder daar nog op de grond.’

Op de overlijdensakte staat dat zij om half vijf overleden is in Den Haag.

Overlijdensakte van Henderijntje van der Sluis

Overlijdensakte van Henderijntje van der Sluis

Simon en Greta komen in Naaldwijk bij de Joodse Slager van Tijn terecht. De zoon van de slager, Levi had een relatie met Sera (voor de familie van Tijn zie: http://www.joodsmonument.nl/page/329668)
Annie is een keer met Greta mee geweest naar het Bronovo ziekenhuis in Den Haag, waar Sera lag. Ze waren nogal kalm onder het feit dat ze hun moeder verloren hadden.

Op 6 september verhuizen ze naar de Schoolstraat nr 28b. Annie denkt dat Mozes veel verdriet had om het verlies van zijn vrouw, en dat hij daarom niet meer in het huis in de Midden Scheepvaartstraat wilde wonen.

Vanaf 3 mei 1942 moeten alle Joden ouder dan 6 jaar de Jodenster gaan dragen. Annie Oosterman zegt dat ze gewoon over straat konden lopen, ‘de Moffen zeiden dan niks’.

In de zomer van  1942 krijgen de Rotterdamse Joden een oproep in de bus om zich voor de werkverruiming in Duitsland te melden. Hiervoor moeten zij  naar kamp Westerbork, waar ze gekeurd zullen worden.

Op de website over het Joodse Rotterdam staat hier over te lezen:

Het oppakken van Joden op een grote schaal begon in Rotterdam in juni 1942. Men ontving een oproep om zich voor de werkverruiming in Duitsland naar kamp Westerbork te begeven om daar gekeurd te worden en men diende zich op 30 juli 1942 om 18 uur te melden bij de verzamelplaats Rotterdam, op de Entrepotstraat in Loods 24. In eerste instantie betrof dit mensen tot 40 jaar. Voor het eerste transport werden er ca. 2000 personen opgeroepen. Zij die voor de Joodse Raad werkten (de Joodse Raad werd in deze periode snel uitgebreid om meer mensen het transport te besparen), zieken en geneesheren kregen uitstel. Van de 2000 personen die werden opgeroepen verschenen er 1120.
Het tweede transport uit Rotterdam vertrok 3 dagen later, van de 2000 opgeroepenen voor dit transport verschenen er 800

Onder deze links vindt u een PDF met de oproep (via Stadsarchief Rotterdam):
Oproep Loods 24 voorkant
Oproep Loods 24 achterkant

Vermoedelijk is de familie van der Sluis met het 2e transport naar Westerbork gegaan, omdat ze daar op 4 augustus aankomen.

De avond voor hun vertrek komen er 2 mannen langs bij het gezin van der Sluis. Zij bieden het gezin de kans om onder te duiken, maar Mozes wil hier niets van horen. Ook niet nadat hem op het gevaar van liquidatie is gewezen. Hij antwoordt: ‘ “wij hebben nimmer iemand kwaad gedaan of enig leed berokkend. Ons zal ook niets worden gedaan en wij worden beschermd door God” ‘.3

Greta en Saartje hadden jurken, die ze bij C&A hadden gekocht. Toen ze weg moesten vroegen ze aan de benedenbuurvrouw, mevrouw Oprel, of zij die jurken voor hen wilde bewaren: ‘als we dan terugkomen hebben we nog een mooie jurk’. Mevrouw Oprel is jaren later nog eens langs geweest bij Annie (zij was naar Zoetermeer verhuisd). Ze liet de jurken zien en zei: ‘weet je het nog An’. Toen mevrouw Oprel overleed zijn de jurken bij het grofvuil terecht gekomen, haar zoons wisten van die jurken niets af.

De oproep onder het mom van keuring voor werk in Duitsland was natuurlijk onzin, maar het werkte in veel gevallen wel. Ook de familie van der Sluis geloofde het, zo vertelt Annie. Ze gingen vrijwillig naar het station, Annie ging met ze mee. Ze vroeg nog of ze wilden schrijven; dat zouden ze doen. Annie heeft nooit meer iets van ze gehoord…

Zoals hierboven te lezen staat, gingen de Joodse Rotterdammers via Loods 24 naar Westerbork, te vergelijken met de Hollandse Schouwburg in Amsterdam. Navraag bij de Stichting Comité Loods 24 en bij Kamp Westerbork, leert dat men niet met absolute zekerheid kan zeggen of de familie van der Sluis ook via Loods 24 naar Westerbork is gegaan, maar er kan aangenomen worden dat dit wel zo is.

De familie verblijft 3 dagen in Westerbork. Ze gaan op vrijdag 7 augustus op transport naar Auschwitz en komen de volgende dag, 8 augustus, daar aan. De trein bestaat uit 21 wagons, en was het achtste transport dat vanuit Westerbork naar Auschwitz ging. Het transport bevat 987 gedeporteerden: 510 mannen en jongens, 477 vrouwen en meisjes. Er zijn 234 kinderen**.

Simon Izaak komt de volgende dag, 9 augustus, om het leven. Volgens de website van het Digitale Joodse Monument is de sterfdatum van Mozes, Saartje en Greta 30 september. Dit betekent niet dat zij persé op die datum om het leven zijn gekomen, maar dat zij in de maand september nog levend zijn gezien.
Volgens de Sterbebücher van Auschwitz echter is Mozes op 12 september om het leven gekomen:
Knipsel
De sterfdatum van Israël Mozes is 1 oktober.

Op de website van Westerbork staat te lezen:

Jonge kinderen en ouderen, zwangere vrouwen en zieken werden met één handgebaar van SS’ers naar de rij gedirigeerd die rechtstreeks naar de gaskamers leidde. Anderen, geselecteerd om te werken, leefden korter of langer onder de meest erbarmelijke omstandigheden in Auschwitz (Auschwitz I), Birkenau (Auschwitz II) of Monowitz (Auschwitz III). Deze gevangenen bezweken doorgaans binnen enkele weken. Het kampleven was verschrikkelijk zwaar. Door verwaarlozing, door gebrek aan hygiëne, aan medische zorg, aan voedsel, door uitputting en door excessief geweld.


*Indien u informatie heeft over deze familie, zou ik graag in contact komen met u: hvhwo2@gmail.com*


Op dinsdag 17 februari 2015 zijn voor hen Stolpersteine geplaatst in de Schoolstraat. Dit zijn zgn ‘struikelstenen’ met daarin de naam, geboortedatum, deportatiedatum en de plaats waar de persoon omkwam. Men kan niet letterlijk struikelen, maar, zoals de kunstenaar Gunter Demnig zegt: ‘men moet bukken om te kunnen zien wat er op de stenen staat, en struikelt met zijn hoofd en zijn hart’

klik hier voor meer foto’s van de ceremonie en het plaatsen van de Stolpersteine

Voor meer over het project Stolpersteine zie http://www.stolpersteine.eu


Met dank aan Annie Oosterman-van der Lugt, Nelly Stam-Kaashoek en Henk van der Lugt.

Bronnen:

1 GAR, archiefnr 63 Gemeentepolitie Rotterdam, inventarisnr. 3807 Dag- en Nachtrapporten politie Hoek van Holland, 18 juni 1939 nr. 169 t/m 22 mei 1940 nr. 143

2 Dirk van den Burg, Alarm, Hoek van Holland in de jaren dertig tot 15 mei 1940 International Magazine b.v. 1980

3 uit het manuscript‘Hoek van Holland gedurende WOII’,van Dirk van den Burg.

/www.auschwitz.org/en/museum/auschwitz-prisoners

http://www.bundesarchiv.de/gedenkbuch/chronicles.html.en?page=4

*Voor de oorlog had de Hoek in ieder geval één andere Joodse familie, waaronder slager Gosschalk. Hij had zijn slagerij waar nu Eeterij de Koning zit. Hij is in 1937 naar Den Haag verhuisd en van daaruit naar de concentratiekampen gedeporteerd.

***\volgens Guus Luijters’ boek In Memoriam, hij rekende iedereen onder de 18 jaar tot kind. In Memoriam – De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen, 1942-1945 Nieuw Amsterdam, 2012

Advertenties