Jo Overkleeft-Vreugdenhil

Jo Vreugdenhil is 14 als de oorlog uitbreekt. Ze woont met haar ouders en broer in de Rijckevorselboerderij aan de Bonnenweg en gaat naar de naaischool in de Rooms Katholieke school in de Rietdijkstraat.

Er werken enkele Joodse vluchtelingen die in de Hoek geïnterneerd zijn bij hen om te helpen met melken enz. Ook bij andere boeren in de omgeving helpen deze mensen. Eén van de vluchtelingen vraagt ze om hulp om te ontsnappen en wordt door ds. Luyendijk geholpen om naar Amerika te gaan, waar deze man familie heeft wonen.

In de vroege ochtend van 10 mei, om tien over 4, zien ze Junkers Ju 52 vliegtuigen overkomen waaruit de eerste Duitse parachutisten springen en neerkomen in de omringende weilanden.

Bundesarchiv, Bild 101I-670-7410-10 / Kleiner / CC-BY-SA [CC-BY-SA-3.0-de (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/de/deed.en)], via Wikimedia Commons

Duitse parachutisten springen uit Junkers Ju 52 vliegtuigen (niet in Hoek van Holland)
Bundesarchiv, Bild 101I-670-7410-10 / Kleiner / CC-BY-SA [CC-BY-SA-3.0-de], via Wikimedia Commons

Haar moeder staat bij haar bed en zegt: ‘zie je al die parachutisten?’. Haar vader en de knecht zijn om 4 uur de 40 koeien die ze hebben gaan melken en gaan daar onverstoord mee door. Op een gegeven moment loopt de knecht naar één van de Duitsers toe maar hij wordt teruggeroepen door haar vader.

De Duitsers gaan achterlangs de boerderij naar het Staelduinse Bos. Vanuit het fort en vanaf het eiland de Beer wordt het bos onder vuur genomen.

De volgende dag, zaterdag, worden de koeien als altijd gemolken maar de melk wordt weggooid want deze werd, net als de vorige dag, niet opgehaald. Later op deze dag gaat er een granaat door de boerderij. De familie besluit hierop te vluchten en vertrekt op de fiets door de polder naar een oom in Maasdijk. Bij het Oranjekanaal aangekomen zien ze dat er Duitsers bij de Oranjesluis zitten, en worden ze door iemand met een schuit over het kanaal gezet. Enkele Duitsers merken dit op en komen kijken wie er overgezet worden. Na enige uitleg mogen ze verder. Een aanwezige officier klopt de moeder van Jo op de schouder en zegt: ‘Gut Mutti’.

De moeder van de knecht woont op Rozenburg en de jongen wil naar haar toe, maar Jo’s vader kan hem er van overtuigen dat het veel te gevaarlijk is dat te proberen. Er wordt daar ook flink gevochten.

De vader van Jo en de knecht gaan op zondag 12 mei de koeien ‘uittrekken’, dat wil zeggen: melken waar ze staan om ze van hun melk te ontdoen. De mannen worden daarbij gevangen genomen door Hollandse soldaten, die ze wellicht wel voor de 5e colonne aanzien. Ze worden naar het fort gebracht, de koeien blijven ongemolken. In het fort worden ze ondervraagd, maar Nic. Droog, van bakker Droog, weet wie ze zijn en ze worden dan ook al snel weer vrijgelaten.

Ze verblijven een week of zes bij hun familie. Daar horen ze op dinsdag 14 mei dat hun woning in brand is gestoken. Dit is op 12 mei door Nederlandse soldaten gedaan, nadat ze eerst het vee hebben losgelaten. De familie Vreugdenhil reageert berustend op het nieuws.

Er worden ook aan de Haakweg huizen in brand gestoken om zo schootsveld naar het bos te verkrijgen. Jo weet nog dat een huishoudster van één van deze huizen weigerde om weg te gaan voordat de brand er in ging. Ze werd gewoon in haar nachtpon het huis uitgehaald, nadat ze nog gauw wat kleren had kunnen pakken.
Op woensdag 15 mei gaan haar vader en de knecht terug naar de boerderij om te kijken wat er van over is: niets. Er zijn ook nogal wat koeien doodgeschoten, de rest loopt los in de weilanden en worden uitgetrokken. Ook de stier blijkt losgelaten te zijn voordat de boel in de as werd gelegd.
Later spreken ze de soldaten die dit gedaan hebben. Deze waren gelegerd in de Dominee van Geeststraat in ‘s-Gravenzande.

In juni kunnen ze terecht in een boerderij aan de Vogeltjeswei. Daar woonde voor de oorlog weduwe de Bruijn met haar volwassen kinderen, maar zij zijn niet teruggekeerd na de meidagen.* Ze wonen hier tot september 1942, dan kunnen ze terug naar hun boerderij, die herbouwd is. De boerderij is altijd eigendom geweest van de familie Rijckevorsel en deze familie heeft ook voor de herbouw gezorgd.

In juli 1940 slaagt Jo voor het examen linnen naaien. Meteen daarna gaat de school dicht omdat deze gevorderd wordt door de Duitsers. In de oorlog blijft Jo thuis om te helpen met het huishouden en doet ook veel naaiwerk. Ze weet hierdoor niet veel van wat er in de oorlog allemaal gebeurde, het gaat allemaal een beetje aan haar voorbij.

De Westlander, 30-07-1940. Via Historisch Archief westland

De Westlander, 30-07-1940. Via Historisch Archief westland

In november van 1944 moeten ze op een avond om 8 uur hun huis uit, er worden nl. V2’s afgeschoten vanuit het Staelduinse bos. Ze verblijven 4 dagen bij boer Wetering in het bos. Jo herinnert zich dat 1 van de V2’s op de Naaldwijkseweg terecht is gekomen.

Van de bevrijding kan ze alleen vertellen dat het feest was op het plein van Mavo en dat er een vlag op het dak wapperde. (Volgens Piet Heijstek gebeurde dit op 9 mei.**).


In Rotterdam is van 30 april tot 25 oktober 2015 de tentoonstelling ‘de Aanval’ te zien, over de eerste 5 dagen strijd in de stad, tot aan het bombardement van 14 mei. In het kader hiervan zijn er op tv Rijnmond interviews te zien met getuigen.

Ook Jo Vreugdenhil vertelt haar verhaal: https://www.youtube.com/watch?v=LzdsWZJjX8o

—————————————————————————————————————————————————————-

Met dank aan Jo Overkleeft-Vreugdenhil en Leen Vreugdenhil

*Dit is volgens haar broer Wim en neef Leen onjuist, het blijkt om de boerderij van Oosthuyzen aan de westzijde van het Staelduinse Bos te gaan. Deze woning is afgebroken toen de binnenste Tankgracht gegraven werd.

* […] ‘er werden vijf vaten bier op de kop getikt en zelfs kwam er nog één met een fles jenever aanzetten’. Temidden van Bunkers en Mijnenvelden- Piet Heijstek, blz 48.