Lijntje van Gils-van Zwienen

Lijntje van Zwienen is 20 jaar als de oorlog uitbreekt. Ze woont dan, samen met haar ouders en broer, in de 2e Scheepvaartstraat op nummer 120a, naast de huidige praktijk voor fysiotherapie.
Ze weet van de Joodse vluchtelingen in Vianda, maar ‘dat was zo’n end bij ons vandaan, daar merkte je niks van’.
De meidagen vindt ze verschrikkelijk. Naast hun huis zijn afgedekte loopgraven waar ze steeds in moet schuilen.

© Archief St. Fort aan den Hoek van Holland

© Archief St. Fort aan den Hoek van Holland

Op 13 mei worden ze naar Naaldwijk geëvacueerd. Ze gaan op de fiets, behalve haar moeder, die wordt met een auto opgehaald. In Naaldwijk wordt dan bepaald welk gezin waar wordt ondergebracht. De chauffeur is nogal gecharmeerd van haar en zegt: ‘Zal ik u maar bij mij thuis afzetten?’ ‘Maar ik heb twee grote kinderen’ zegt ze. Dat is geen probleem, hij heeft zelf twee kleine kinderen. Ze blijven zo’n drie á vier weken bij deze familie.

Vanaf 1939 werkt ze als typiste bij een modezaak in Rotterdam. Deze wordt met het bombardement op 14 mei geheel verwoest. Treinverkeer is in de chaotische dagen na de capitulatie nog niet mogelijk, ze hoort dan ook via via dat ze haar werk kwijt is. Ze krijgt later wel een vergoeding voor gederfde inkomsten.
In de eerste oorlogsjaren wil haar vader, die timmerman is en samen met zijn zoon in de Hoek werkt, graag dat ze thuisblijft bij haar moeder, mocht er iets gebeuren. Ze doet in deze periode veel naaiwerk voor boeren uit de omgeving.
Tevens werkt ze wel eens voor de modezaak, die in een noodwinkel zit, en verblijft dan bij haar tantes in Vreewijk, die al eerder naar Rotterdam zijn gegaan. Ze verblijft hier wel vaker om naaiwerk voor de familie te doen.
Op een keer moet ze zich uit de voeten maken voor een soldaat, die wel een praatje met een leeftijdsgenoot wil maken en misschien wel meer. Maar daar moet ze niets van hebben en ze rent de halve Hoek door om aan hem te ontkomen.
Ze heeft nl. verkering met een jongen die bij de Marine dient, en die in de meidagen met zijn schip naar Engeland is uitgeweken. Via het Rode Kruis krijgt ze wel eens een brief van hem, ook gaat ze wel eens naar zijn moeder in Zeeland en verblijft daar dan een paar weken. Na de oorlog blijken ze te veel uit elkaar gegroeid te zijn.

De Hoekenezen worden stukje bij beetje door de Duitsers gesommeerd de Hoek te verlaten. Men kon bij het gemeentehuis aangeven waar men heen wilde. Veel Hoekenezen kwamen in Tuindorp Vreewijk terecht, zo ook tantes van Lijntje. Zij woonden in de Pannenbuurt, die in de herfst van 1942 afgebroken wordt. De Pannenbuurt lag ongeveer waar nu het Q8 tankstation staat.
De moeder van Lijntje echter wil naar Giessendam, daar kunnen ze terecht op een boerderij van de familie van haar vader.
In 1942 gaan ze daar heen, maar niet zonder eerst het halve huis in de Scheepvaartstraat van hout, deuren en kasten ontdaan te hebben. Dit gebruiken ze in het gedeelte van de boerderij waar ze gaan wonen om die naar hun gerief in te richten. Ook de fietsen gaan mee.

Persoonsbewijs van de vader van Lijntje, met daarop de evacuatiedatum. © Archief St. Fort a/d Hoek van Holland

Persoonsbewijs van de vader van Lijntje, met daarop de evacuatiedatum. © Archief St. Fort aan den Hoek van Holland

In Giessendam doet ze wel eens klein verzetswerk zoals krantjes rondbrengen en boodschappen overbrengen. Ze werkt ook wel eens in Hilversum, bij familie van haar voormalige baas van de modezaak. Dan verblijft ze bij een tante in Loosdrecht.
Haar vader gaat nog een enkele keer met de trein terug naar de Hoek om te kijken hoe het met andere familie daar gaat.

Van de hongerwinter hebben ze geen last, er is altijd wel melk en boter van de koeien van de boer. De familie uit de stad komt vaak langs om eten te halen. Zij zeggen later dat ze het zonder hun hulp waarschijnlijk niet gered hadden.

Op een dag horen ze een hoop herrie buiten. Haar vader gaat kijken wat er aan de hand is, komt terug en roept dat de oorlog voorbij is. Samen met zijn zoon gaat hij kijken of het huis in de Hoek er nog staat. Het staat er nog, maar is natuurlijk zwaar gehavend na alles wat zij er uit gesloopt hebben. Tevens zijn de ruiten er uit geknald na mislukte V2 lanceringen. Twee Duitse telefonistes die op het postkantoor hebben gewerkt blijken in het huis te hebben gewoond.
Net als de vader van Jan Rooney, gaat ook haar vader glas bij de tuinders halen om in de ramen te zetten, en in juni ’45 trekken ze er weer in.

Toestemming om weer terug te mogen keren naar de woning. © Archief St. Fort aan den Hoek van Holland

Vestigingsvergunning © Archief St. Fort aan den Hoek van Holland

—-

Met dank aan Lijntje van Gils-van Zwienen.

Advertenties