Jan Rooney

Jan Rooney wordt in 1936 in Hoek van Holland geboren. Zijn overgrootvader kwam in 1870 vanuit Ierland naar Nederland voor werk. De opa van Jan, “ouwe Jan Rooney”, werd smidsknecht. In 1903 kwam hij naar Hoek van Holland om een smederij te beginnen in de Concordiastraat. Later kwam daar in een ander pand in dezelfde straat/hoek 1e Scheepvaartstraat ook een garage bij, dit was het begin van wat de Hoekenezen nu kennen als taxi Rooney.

De vader van Jan, Kees, is tijdens de mobilisatie soldaat in het fort. Hij had weinig ambitie om op te klimmen in rang, hij had nl. een hekel aan oorlog.

Als de oorlog uitbreekt woont de kleine Jan met zijn ouders en twee broers in de Rietdijkstraat. Op de eerste dag, 10 mei, gaat de moeder van Jan met haar drie jonge zonen in de loop van de middag naar de smederij in de Scheepvaartstraat. Er is die dag door laag overvliegende Duitse vliegtuigen op alles en iedereen geschoten, in de Rietdijkstraat staan veel mensen te kijken maar gelukkig raakt er niemand gewond. Dat is volgens Jan de reden waarom zijn moeder besluit om naar het huis van zijn opa te gaan, maar zeker weten doet hij het niet.

Hij kan zich nog goed herinneren dat er  vroeg in de morgen vliegtuigen overkwamen die mijnen in de waterweg gooiden, ‘met zo’n hoepel eronder’*.

Op 14 mei wordt een groot deel van Hoekse bevolking geëvacueerd naar Naaldwijk en ‘s-Gravenzande. Jan gaat met zijn moeder en broers naar het huis van een zus van zijn vader. Het is daar aan de ‘s-Gravenzandseweg in Monster een drukte van belang, want er lopen ook nog vijf dochters van zijn oom en tante rond.

Kees Rooney zit ondertussen bij zijn vader in huis, na gewond te zijn geraakt bij een patrouille op Rozenburg. De soldaten waren op onderzoek uit naar een neergestort vliegtuig, met de bajonet op de wapens. Kees komt daarbij ongelukkig met zijn hiel op een bajonet, en neemt niet meer deel aan de gevechten.

Na een paar dagen wordt iedereen opgeroepen weer terug te gaan naar de Hoek, de gevechten zijn dan voorbij. Ook de familie Rooney keert terug naar de Rietdijkstraat.

Jan gaat voor de oorlog naar de Rooms Katholieke kleuterschool naast de Katholieke kerk in de Rietdijkstraat**, waar nonnen de scepter zwaaien. De hoofdzuster is van Duitse afkomst. Aan het begin van de bezetting verdwijnen zij en zijn nooit teruggekeerd, het is Jan altijd een raadsel gebleven waarom. De school wordt ook bezet door Duitse soldaten waardoor hij naar een kleuterschool in het hofje achter de 1e Scheepvaartstraat gaat.

In ’42 gaat hij naar de lagere school, de Ir. P. Calandschool in de Midden Scheepvaartstraat.

_718918439_n

De Rooms Katholieke kerk en de pastorie in de Rietdijkstraat

In 1940 verhuist het gezin naar de Harmoniestraat. Wat Jan hiervan bijstaat is de bunker die de Duitsers bouwden op het oud-ijzer terrein van zijn opa. In de straat wonen Duitsers en dit is hun schuilbunker. Deze bunker staat er nog steeds, achter café de Timeless.

In 1942 verhuizen ze naar de Prins Hendrikstraat, tegenover de hervormde kerk.

Kees is brandmeester, de brandweerwagen staat in de garage van Rooney sr. In 1943 is de hele Hoekse bevolking geëvacueerd, op een klein groepje na die de Duitsers nodig hebben, zoals postbodes, brandweermannen, mannen van het reddingswezen en hun gezinnen. Zo ook dus Kees Rooney en gezin. Maar in 1944 moeten ze toch verhuizen van de Duitsers. Ze gaan naar de Dijkweg in Naaldwijk waar nu de Volvo-dealer is. Toen stonden daar een melkfabriek en slachthuis. In de hongerwinter komen er dan ook veel mensen bedelen aan de deur, maar zij hebben net zo weinig als iedereen. Kees moet wel in de Hoek blijven werken, en gaat elke dag op de fiets heen en weer. De Duitsers slaan kolen op in de garage van Rooney, en omdat Kees daar nog steeds in kan, komt hij met fietstassen vol met kolen thuis. Hij blijft zo tot het einde van de oorlog in de Hoek werken.

Na de bevrijding keert het gezin terug naar hun woning in de Prins Hendrikstraat. Maar er zitten geen ramen meer in de sponningen, die zijn eruit  gesprongen door mislukte V2 lanceringen. Deze raketten worden afgeschoten vanaf het huidige Stena terrein. Kees gaat met vele anderen in het Westland op zoek naar de zgn. éénruiters. Nog jarenlang zitten deze ruiten in de sponningen, met latjes ertussen omdat ze natuurlijk te klein waren.

Jan weet niet zo heel veel van alle gebeurtenissen, maar iets wat hem altijd is bijgebleven, is het volgende: het gezin had een radio te leen van meneer Haaykens, een textielfabrikant, die in een villa aan de Duinweg woonde. Natuurlijk werd er naar de Engelse radio geluisterd. Een populair spotliedje was ‘in de maneschijn bombardeerden ze Berlijn’. Jan liep dit een keer op straat te zingen, op de kruising Prins Hendrikstraat/Rietdijkstraat. Waar nu de Marskramer staat waren Hollanders bezig een bunker voor de Duitsers te bouwen. Zij hoorden hem en riepen: ‘hee oppassen joh, dan weten de Duitsers dat jullie thuis een radio hebben!’

Ook weet hij te vertellen dat in er de meidagen van ’40 een granaatscherf, waarschijnlijk van het fort, door het dak van de RK kerk gaat. Deze scherf is bewaard door de kerk en tijdens de oorlogsjaren daar te zien geweest.

Met dank aan Jan Rooney voor het vertellen van zijn verhaal.

aanvullend bronmateriaal: ‘Van Niet tot Iet’ van H.J. Nijland en Leen van Ooijen

http://www.mystiwot.nl/myst/004/0032/preview.asp?id=245

* De vliegtuigen met zo’n hoepel waren Junkers JU52 MS (Minen Such) vliegtuigen en waren mijnenvegers, geen bommenwerpers. Door laag over het water te vliegen kon de magnetische ring een mijn tot ontploffing brengen. Deze zijn ingezet nadat de gevechten voorbij waren en men de Waterweg mijnenvrij wilde hebben (de Luftwaffe zelf had deze magnetische mijnen in de Waterweg gedropt in de vijf oorlogsdagen). Ik heb niet kunnen vinden dat deze al  tijdens de gevechten overkwamen.Voor een afbeelding van dit type vliegtuig, zie bijvoorbeeld: http://www.panzertruppen.org/luftwaffe/transporte/ju52-2.jpg

**De kerk en pastorie stonden waar nu de Jozefschool staat, maar zijn zo beschadigd geraakt nadat er in ’44 een V2 op de naastgelegen begraafplaats viel, dat ze kort daarna door de Duitsers gesloopt zijn.

Advertenties