Truus Wijsmuller-Meijer en de Kindertransporten

Na de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 gaat in Groot-Britannië een delegatie van Joodse leiders naar minister-president Chamberlain om hem om hulp te vragen met het redden van Joodse kinderen uit Duitsland, Polen, Tsjechoslowakije en Oostenrijk. Er wordt de volgende dag over gedebatteerd in het Britse Lagerhuis en men besluit dat er Joodse kinderen naar Groot-Britannië mogen komen, onder diverse voorwaarden. Zo mogen er geen ouders meekomen, mogen de kinderen niet ouder zijn dan 17 jaar, en mogen ze maar 1 koffer meenemen. Hierin mogen geen waardevolle spullen zitten en per kind mag er hooguit 10 Reichsmark meegegeven worden.
Het is de bedoeling dat de kinderen opgevangen worden in pleeggezinnen, waarna ze door kunnen reizen naar Palestina.
Veel van deze kinderen zullen over Hoek van Holland naar Engeland reizen.

Er wordt een heel netwerk van vrijwilligers opgezet in bovengenoemde landen, evenals Nederland en Engeland. Vanuit Nederland is de bankiersvrouw Truus Wijsmuller-Meijer een belangrijke spil in het geheel. Ze regelt en praat, wordt kwaad op de Gestapo waar nodig, geeft cadeaus aan treinbeambten, wordt zelfs een paar uur gevangengezet, en natuurlijk begeleidt ze wekelijks transporten, vanuit Keulen, de grens over, naar Hoek van Holland. Ze heeft hulp van enkele andere dames die ook transporten begeleiden.
Het eerste transport dat ze begeleidt¹, georganiseerd door Joodse leiders in Duitsland, vindt plaats van 1 op 2 december 1938. Dit bestaat uit kinderen die dakloos zijn geworden nadat hun weeshuis in brand is gestoken, nog voor de Kristallnacht.

Ze is hier net van terug als ze uitgenodigd wordt om bij het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen te komen praten. Daar wordt ze voorgesteld aan Norman Bentwich, die de Britse Council for German Jewry vertegenwoordigt en in die hoedanigheid verantwoordelijk is voor de emigratie van Joden uit Duitsland. Het lukt hem niet om van de Duitse autoriteiten toestemming voor de emigratie van de kinderen te krijgen, dus men verzoekt haar om in Wenen te gaan praten met Adolf Eichmann, om officiële toestemming te verkrijgen voor de transporten. Eichmann is verantwoordelijk voor het verstrekken van uitreispapieren van Joden (en wordt na de oorlog ook wel de architect van de Holocaust genoemd).

In Wenen aangekomen belandt ze eerst een nacht in de cel, omdat ze in de afgezette Jodenwijk had gelopen, wat verboden was. Op weg naar Eichmann komt ze een straat vol lijken van Joden tegen. Ze stonden in de rij voor emigratie, de SS was opzettelijk op ze ingereden met vrachtwagens…
Eichmann zit in een grote zaal, op een podium, met een herdershond naast zich. Hij staat niet op om haar de hand te schudden en snauwt haar toe dat hij niet gewend is om met vrouwen te onderhandelen. Hij vraagt haar of ze officiële papieren heeft uit Engeland (die heeft ze niet) schijnt met een felle lamp op haar en vraagt haar dan haar handschoenen uit te trekken, haar schoenen ook, ze moet zelfs haar rokken boven de knie op tillen. Wat ze niet weet is dat hij beweerd dat hij door middel van een quasi-wetenschappelijke methode aan haar vingers, tenen, plooitjes bij de ogen, aan het neusbeen en de aan de oren kan zien of ze Joods of Arisch is. Maar Truus Wijsmuller is voor de duvel niet bang, laat staan voor de Nazi’s, en ze laat zich dan ook niet van haar stuk brengen, hoewel ze het wel vreemd vindt. Eichmann zegt hoofdschuddend: ‘so reinarisch un dann so verrückt’*.
Hij vindt het eigenlijk allemaal wel grappig: ‘Na schön, machen wir ‘nen Witz’* en zegt tegen haar dat ze 600 kinderen mee mag nemen, die dan op zaterdag weg moeten (het is een maandag als dit gesprek plaatsvindt). Als ze dit kan regelen, dan mag ze meer kinderen helpen. Eichmann denkt natuurlijk dat dit haar nooit op zo’n korte termijn zal lukken, en ook de Joden te kunnen pesten door hun kinderen op de Joodse sabbat te laten reizen.

Maar Truus Wijsmuller krijgt het wel voor elkaar. Engeland laat 500 vluchtelingetjes toe, de andere 100 worden in Den Haag opgevangen (o.a. op buitenplaats Ockenburgh, zie daarover deze clip van Geschiedenis Zuid-Holland). Ze regelt met de Havenmeester van de Hoek dat de kinderen met de boot mee kunnen zodra ze in de Hoek aankomen.
Het eerste transport van de 10.000 komt op deze zaterdag, 11 december 1938, aan in Hoek van Holland. Er staan voor de 100 kinderen die niet mee kunnen bussen klaar om ze naar Den Haag te vervoeren. Hier en hier is in de kranten van toen te lezen hoe het transport aankomt in de Hoek en de kinderen vertrekken op de “SS Prague”.

Er wordt een heel netwerk van vrijwilligers opgezet in bovengenoemde landen, evenals Nederland en Engeland. Vanuit Nederland is de bankiersvrouw Truus Wijsmuller-Meijer een belangrijke spil in het geheel. Ze regelt en praat, wordt kwaad op de Gestapo waar nodig, geeft cadeaus aan treinbeambten, wordt zelfs een paar uur gevangengezet, en natuurlijk begeleidt ze wekelijks transporten, vanuit Keulen, de grens over, naar Hoek van Holland. Ze heeft hulp van enkele andere dames die ook transporten begeleiden.

Hierna volgen de transporten elkaar in rap tempo op en per keer gaan er 150 kinderen mee.
De ouders mogen geen afscheid van hun kinderen nemen op de stations, dat moeten ze thuis maar doen. De kinderen krijgen een nummer om hun nek gehangen en hun naam komt op een lijst te staan. Onderweg worden de kinderen en de lijsten veelvoudig gecontroleerd.
In Nederland worden de treinen net over de grens opgewacht door vrouwen die klaar staan met limonade en maaltijden, snoep en speelgoed.
De treinen hebben wel eens vertraging, en komen dan eigenlijk te laat voor de boot. Vaak wacht deze wel een paar uur, zo zegt Truus Wijsmuller in het boek ‘Geen Tijd Voor Tranen’ ‘[…] tot grote woede van de gewone passagiers, want dat waren in die spannende maanden alleen maar zakenlieden en die hadden afspraken in Londen’.*

Voor de meeste kinderen was het behoorlijk spannend, voor het eerst de zee over. Maar de beleefde emoties doen ze al snel in slaap vallen. Zo schrijft Daisy Roessler Rubin: ‘De meesten van ons hadden nog nooit de zee gezien. We gingen aan boord, kregen een slaapplaats toegewezen, een warme maaltijd, en toen was het slapen na een lange, treurige en veelbewogen dag’.**

Uit: de Sumatra post van 13-12-38 via http://kranten.kb.nl/

Joodse vluchtelingen wachten in de vertrekhal van de Harwichboot om aan boord te gaan.
Uit de Sumatra post van 13-12-38 via http://kranten.kb.nl/

De bekende Hoekse Miep Jansen-van Vught herinnert zich hoe haar vader Marinus, die bij de boot werkte, op een dag thuiskomt met de tranen in de ogen. Haar moeder vraagt wat er aan de hand is en hij zegt: ‘wat ik nu gezien heb…een heleboel Joodse kinderen zijn met de trein meegekomen en met de boot nu onderweg naar Engeland’. Er zaten kinderen bij in reiswiegjes, net twee weken oud. ***

Er gaan ook transporten via de haven van Dantzig. Op 30 augustus 1939 vindt het laatste transport naar Engeland plaats. Op 3 september verklaart Engeland de oorlog aan Duitsland, nadat deze Polen is binnengevallen. Er zijn op dat moment bijna 10.000 kinderen gered.

Tante Truus, zoals ze door de kinderen genoemd wordt, zegt over o.a. de kruiers in Hoek van Holland: ‘ […] de kruiers die de kinderen op hun arm of hun schouder de loopplank van de boot opdroegen, hebben me altijd ontroerd; ik weet zeker dat al die duizenden kinderen van mijn transporten het zo hebben gevoeld: dit is een andere wereld–hier wonen goede mensen’.*

Tijdens de oorlog gaat ze, via andere kanalen, onverdroten voort met het redden van Joodse volwassenen en kinderen. Ze doet in de meidagen van ’40 nog een verwoede poging om de Joodse vluchtelingen in de Hoek vrij te krijgen, maar tevergeefs.
Ze wordt in 1966 door Yad Vashem onderscheiden met de titel ‘Rechtvaardigen Onder de Volkeren’.

Onthulling portretbuste van mevrouw Wijsmuller in Prinses Beatrixoord in het Oos…
Truus Wijsmuller bij de onthulling van haar portretbuste in Amsterdam

Uit onderzoek onder 1000 van de Kinder, zoals ze zichzelf noemen, blijkt dat zo’n 41% nooit meer hun ouders heeft teruggezien. Ongeveer 60 procent ziet één van de beide ouders nooit meer terug.
De Kinder zwerven na de oorlog over de hele wereld uit. Onder hen zijn zelfs Nobelprijswinnaars.

Eén van de Kinder, Frank Meisler, wordt beeldhouwer. Hij neemt het initiatief tot het maken en plaatsen van sculpturen in plaatsen waar de treinen en schepen vertrokken. Zo neemt hij ook contact op met de gemeente Rotterdam. Burgemeester Aboutaleb legt contact met het Fort, waar Ed van Berkel op dat moment ook is. Hij neemt, als hij hoort dat het project echt gaat lopen, samen met Karin van Paassen contact op met de deelgemeente. Zij vinden dat er iets moet komen om de Hoekse bevolking over de transporten te informeren, en nemen het initiatief tot de website voetstappen naar een nieuw leven, wat ertoe leidt dat de organisatie rond het Kindermonument contact met hen opneemt en hen inschakelt bij de promotie. Ze komen in contact met enkele Kinder, Ed van Berkel geeft interviews voor de televisie, voorlichting op scholen en voor de scouting, en twee Kinder vertellen hun verhaal op Hoekse lagere scholen.

Het monument wordt op 30 november 2011 onthuld en heet ‘Channel Crossing to Life’. Het staat langs de Koningin Emmaboulevard.

Onthulling van het monument 'Channel Crossing to Life' © Mirjam Visser

Onthulling van het monument ‘Channel Crossing to Life’
(C) Mirjam Visser

———————————————————————————————–

Met dank aan Ed van Berkel, Karin van Paassen en Niels Pikker.

Bronnen:
* ‘Geen Tijd Voor Tranen, een moedige vrouw redt 10.000 kinderen uit de handen van de Nazi’s’, Truus Wijsmuller-Meijer. Salamander,2e druk, 1963. Blz 72, 73, 103, 106

** http://www.ajr.org.uk/journalpdf/2011_Sep.pdf

***http://www.hartvannederland.nl/nederland/zuid-holland/2011/monument-opgericht-voor-joodse-kinderen/

http://nl.wikipedia.org/wiki/Truus_Wijsmuller-Meijer

————————————————————————————————-

Momenteel, mei 2017,  is de documentairemaakster Pamela Sturhoofd bezig een documentaire te maken over Truus Wijsmuller. Ze zoekt nog sponsors om de kinderen van het allerlaatste transport uit IJmuiden te kunnen interviewen, u kunt daar een bijdrage aan leveren: https://www.truus-children.com/home
In 1Vandaag van 3 mei werd er aandacht aan besteed. Er zijn beelden van interviews met Truus Wijsmuller te zien: http://binnenland.eenvandaag.nl/radio-items/73775/documentairemaker_wil_meer_erkenning_voor_verzetsheldin

Op de website van Voetstappen kunt u onder het kopje ‘Hoek van Holland’ uitzendingen van de media terugzien over de onthulling van het monument: http://www.voetstappennaareennieuwleven.nl/

Het Holocaustcentre heeft op haar website 4 interactieve quilts over de Kindertransporten. Als u één van de vierkanten op een quilt aanklikt, krijgt u een kort verhaal te horen van de betrokken persoon. Via deze link krijgt u een inschepingsbiljet voor de “Prague” te zien http://www.holocaustcenter.org/kinderTransport/quilt3_3.html

De BBC zond onlangs in hun progamma Newsnight een stuk uit over de 75e herdenking van de Kindertransporten. Er is onder andere een interview met Frank Meisler te zien: http://www.bbc.co.uk/news/world-europe-23032023

¹ Truus Wijsmuller was al vanaf 1933 bezig om kinderen (én volwassenen) de grens over te krijgen. Zo werd ze eind 1938 door het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen gevraagd eens langs de grens met Duitsland te gaan kijken. Omdat de grens voor vluchtelingen gesloten was, mochten alleen kinderen nog toegelaten worden. Ouders zetten deze op de trein en bij de grens moesten ze eruit. Dan begonnen ze rond te zwerven. Truus Wijsmuller pikte deze kinderen op met een auto en bracht ze onder op diverse plaatsen en bij instanties.

Toen ze in Hamburg was en bij de Nederlandse consul-generaal langs ging, liet die haar een wachtkamer vol vluchtelingen zien die de grens over wilden. Daar besloot ze kinderen de grens over te gaan brengen, en kreeg er ter plekke 6 mee. Maar omdat die de grens niet over mochten, bracht dat problemen met zich mee. Nu had de consul er (opzettelijk) voor gezorgd dat ze  in een trein terecht kwam waar ook prinses Juliana met haar pasgeboren dochtertje Beatrix in zat. De consul had een eersteklas coupé geboekt naast de prinses. Truus Wijsmuller vermoedde opzet van de consul maar begreep niet helemaal waarom.

Bij de grens kreeg ze van de grenswachten te horen dat de kinderen de trein uit moesten. Truus Wijsmuller zag ineens wat er gebeuren moest en zei tegen de kinderen: ‘ga jullie handen wassen en haren kammen en dan zullen we prinses Juliana eens vragen wat zij er van vindt dat jullie van deze mannen het land niet in mogen!’ Natuurlijk mochten de kinderen toen zonder verdere slag of stoot het land in; Prinses Juliana was zich van geen kwaad bewust…